Op 15 oktober konden bezoekers van het Albert Schweitzer ziekenhuis in Dordrecht en Zwijndrecht zelf ervaren hoe reanimeren werkt. Tussen 14.00 en 16.00 uur oefenden ze onder begeleiding van verpleegkundigen en trainers op een reanimatiepop, in Dordrecht ook met aandacht voor kinderen, meldt Drechtsteden.net. Het ziekenhuis wijst erop dat in Nederland jaarlijks ongeveer 16.000 mensen buiten het ziekenhuis een hartstilstand krijgen en dat omstanders bij ruim 79 procent van de reanimaties al beginnen voordat de ambulance er is.
Voor publiek is een keer oefenen al winst. Van jou als zorgprofessional wordt meer verwacht. Maar hoe vaak moet je je basale reanimatie, de BLS, eigenlijk herhalen? Het antwoord staat niet op één plek.
De wet noemt geen termijn
De Wet BIG zegt niets over hoe vaak je reanimatie traint. Wel is defibrillatie een voorbehouden handeling. Artikel 36 noemt artsen, physician assistants en aangewezen verpleegkundig specialisten als zelfstandig bevoegd. Dat iedereen toch een AED mag gebruiken, komt door artikel 35. Het verbod op voorbehouden handelingen geldt alleen buiten noodzaak, en een hartstilstand is precies die noodzaak.
Een vaste herhaaltermijn voor zorgverleners staat dus in geen enkele wet. Wat er wel ligt, is de plicht van je werkgever onder de Wkkgz om goede zorg te leveren en daarvoor voldoende deskundig personeel in te zetten. Hoe vaak een organisatie haar mensen laat trainen, volgt daaruit en uit de normen van het veld.
Waar de jaartermijn vandaan komt
Die veldnorm komt vooral van de Nederlandse Reanimatie Raad. In het cursusreglement BLS en PBLS staat dat je je certificaat kunt vernieuwen met een opfriscursus, maar alleen als je die volgt binnen een jaar na de afgiftedatum op je certificaat. Ben je later, dan moet je de volledige basiscursus opnieuw doen. Een BLS-certificaat kan ook worden vernieuwd met een ALS- of ILS-cursus. Het reglement zegt er nadrukkelijk bij dat het onderhouden van de vaardigheden de verantwoordelijkheid is van de houder van het certificaat.
Dat is dus waar het jaarritme dat veel organisaties hanteren vandaan komt. Het gaat formeel over de geldigheid van een NRR-certificaat, niet over een wettelijke eis aan jou als verpleegkundige of verzorgende. Toch heeft die termijn gevolgen. Volgens hetzelfde reglement mag je alleen aan een opfriscursus BLS meedoen met een certificaat van de NRR of ERC dat hooguit een jaar oud is. Laat je die grens verlopen, dan zit je weer een volledige basiscursus. Houd daarom de afgiftedatum op je certificaat zelf in de gaten, ook als je werkgever de trainingen inroostert.
Voor ziekenhuizen heeft de NRR ook beschreven hoe de reanimatie georganiseerd moet zijn. Volgens dat document moeten alle zorgverleners die bij patiëntenzorg betrokken zijn reanimatie minimaal op BLS-niveau beheersen, en zorgverleners op afdelingen met kinderen en pasgeborenen ook de basale reanimatie van kinderen. Iedereen moet weten hoe je het reanimatieteam oproept, en ook op buitenlocaties moeten alle zorgverleners getraind zijn in basale reanimatie en de AED. Voor leden van het reanimatieteam gelden ALS-training en verplichte nascholing volgens de reglementen van NRR en ERC.
Sinds oktober 2025 nieuwe richtlijnen
Er is een tweede reden om niet te lang te wachten. De NRR publiceerde op 25 oktober 2025 de Richtlijnen Reanimatie in Nederland 2025, na de nieuwe Europese richtlijnen van de ERC. Wie zijn laatste training voor die datum volgde, leerde nog volgens de richtlijnen van 2021. Een opfriscursus brengt je dan ook inhoudelijk weer bij. De richtlijnen staan gratis online, per hoofdstuk, zodat je bijvoorbeeld de basale reanimatie van volwassenen of van kinderen apart kunt nalezen.
Wat je werkgever van je mag vragen
In de praktijk legt je werkgever in een scholingsbeleid vast welke reanimatievaardigheden bij jouw functie horen en hoe vaak je die laat zien. Het NRR-document voor ziekenhuizen geeft daarvoor de ondergrens, BLS voor iedereen in de patiëntenzorg en reanimatie van kinderen en pasgeborenen waar je met hen werkt. Een organisatie mag daar bovenop gaan. Of je zo’n verplichte training in je eigen tijd moet volgen, hangt af van je cao en afspraken. Hoe dat zit, lees je in ons stuk over scholing op je vrije dag.
Wie in de wijk of de ouderenzorg werkt, krijgt ook te maken met cliënten die niet gereanimeerd willen worden. De NRR erkent een niet-reanimerenpenning als rechtsgeldige wilsverklaring als die aan de criteria voldoet. Weten waar zo’n wens in het dossier staat, hoort bij je voorbereiding net zo goed als de techniek zelf.

