Het is half vier in de nacht, je loopt je ronde en een bewoner reageert niet meer. Ademhaling weg, geen pols. Je weet wat je ziet. Toch is het in Nederland niet aan jou om het overlijden officieel vast te stellen. Dat lijkt een formaliteit, maar het bepaalt wat je die nacht wel en niet doet, en wie je moet bellen. Hieronder wat de wet zegt, waar de grens ligt en wat jouw rol als verpleegkundige of verzorgende wel is.
Wat de Wet op de lijkbezorging zegt
De regels staan in de Wet op de lijkbezorging. Artikel 3 is kort en duidelijk. De lijkschouwing gebeurt zo spoedig mogelijk na het overlijden, door de behandelend arts of door een gemeentelijke lijkschouwer. Artikel 5 voegt toe dat alleen artsen die als forensisch arts in een register staan, gemeentelijk lijkschouwer kunnen worden.
Daarmee ligt de schouw volledig bij artsen. Een verpleegkundige, ook een verpleegkundig specialist, komt in die artikelen niet voor. De wet spreekt over de behandelende arts en over de forensisch arts, en over niemand anders. Wie in de wijk of in de VVT werkt en hoort dat een collega van een andere organisatie “het overlijden heeft vastgesteld”, moet dat dus lezen als waarnemen, niet als het wettelijke vaststellen.
Wat de schouwende arts daarna doet, staat in artikel 7. Is hij ervan overtuigd dat de dood een natuurlijke oorzaak heeft, dan geeft hij een verklaring van overlijden af. Twijfelt de behandelend arts, dan schakelt hij de gemeentelijke lijkschouwer in. Na euthanasie of hulp bij zelfdoding geeft de behandelend arts nooit zelf een verklaring af, maar meldt hij het overlijden aan de gemeentelijke lijkschouwer.
Waarom die verklaring zo zwaar weegt
Zonder verklaring van overlijden gebeurt er daarna niets. Artikel 12 bepaalt dat de ambtenaar van de burgerlijke stand geen verlof tot begraven of cremeren geeft als hij geen verklaring van overlijden heeft (of een verklaring van geen bezwaar van de officier van justitie). En artikel 16 zegt dat begraven of cremeren niet eerder gebeurt dan 36 uur na het overlijden en uiterlijk op de zesde werkdag. De schouw door een arts is dus de sleutel tot alles wat de familie daarna moet regelen.
Dat verklaart ook waarom de wet zo precies is over wie het mag. Het vaststellen van de dood is tegelijk het vaststellen van de oorzaak, natuurlijk of niet, en die beoordeling heeft gevolgen voor het strafrecht. Daarom is het een taak voor een arts, en bij twijfel voor een forensisch arts.
Wat je als verpleegkundige wel doet
Je rol is niet klein, hij is alleen anders. Jij bent vaak degene die het overlijden als eerste waarneemt, en wat je dan ziet en vastlegt is voor de arts belangrijke informatie. In de praktijk komt het neer op een paar dingen.
- Je neemt waar dat iemand niet meer leeft en noteert het tijdstip waarop je dat zag, en wanneer je de cliënt voor het laatst levend hebt gezien.
- Je waarschuwt de behandelend arts, of in de avond, nacht en het weekend de dienstdoende arts volgens de afspraken van je organisatie.
- Je vertelt de arts wat je weet over de omstandigheden, ook kleine dingen zoals een recente val, een blauwe plek of een afwijking in de medicatie.
- Je zorgt dat de familie, als die er is, weet wat er gaat gebeuren en dat de arts komt.
Was er bij de cliënt geen afspraak over niet reanimeren en twijfel je of iemand echt is overleden, dan gaat het reanimatiebeleid van je organisatie voor. Het waarnemen van de dood is geen moment om te gokken.
Laatste zorg en de grens van de wet
De Wet op de lijkbezorging zegt niets over de laatste zorg, het wassen en verzorgen van de overledene. Dat is geregeld in de protocollen van je organisatie. Belangrijk is wel dat die zorg pas zin heeft als vaststaat dat er niets is dat de arts nog moet zien. Bij een verwacht overlijden na een lang ziekbed is dat meestal snel duidelijk. Bij een onverwacht overlijden, na een val of als er iets niet klopt, laat je alles liggen zoals het is tot de arts er is geweest. Wat je dan wel en niet mag aanraken, lees je in ons stuk over een niet-natuurlijke dood op je werk.
Wij merken dat juist in de nacht de neiging groot is om de kamer alvast netjes te maken voor de familie. Dat is begrijpelijk en menselijk, maar het kan het werk van de arts lastiger maken. Wachten tot de schouw is gedaan is in geen enkel geval fout.
Bevoegd, bekwaam en de Wet BIG
Lijkschouw is geen voorbehouden handeling in de zin van de Wet BIG. Je kunt hem dus ook niet in opdracht van een arts uitvoeren, zoals bij injecteren of katheteriseren. De Wet op de lijkbezorging wijst de taak rechtstreeks toe aan de behandelend arts en de gemeentelijke lijkschouwer, en daar is geen opdrachtconstructie voor. Een arts die zegt “stel jij het maar vast, ik teken morgen”, vraagt dus iets wat de wet niet toestaat. Dat mag je gewoon benoemen.
Werk je in een organisatie waar de afspraken over de bereikbaarheid van een arts in de nacht niet helder zijn, dan is dat een punt voor het teamoverleg of je leidinggevende. Jij moet op elk moment weten wie je belt.

