Bekwaam zijn betekent dat je een handeling op dit moment veilig en volgens de richtlijn kunt uitvoeren. Anders dan je bevoegdheid, die bij je diploma hoort, is bekwaamheid een momentopname die je onderhoudt door de handeling te blijven doen, bij te scholen en dat aantoonbaar vast te leggen.
In de zorg hoor je bevoegd en bekwaam vaak in één adem, maar het zijn twee verschillende dingen. Bevoegd ben je op basis van je opleiding en je registratie in het BIG-register. Bekwaam ben je als je een handeling op dit moment veilig kunt uitvoeren. Dat verschil merk je pas echt als je een handeling een tijd niet hebt gedaan: je papieren kloppen nog, maar je handen zijn het verleerd.
Wat betekent bekwaam precies
Bekwaamheid is een momentopname. Het gaat om de vraag: kan ik deze specifieke handeling, bij deze cliënt, nu veilig en volgens de geldende richtlijn uitvoeren. Onder de Wet BIG geldt een belangrijk principe: wie niet bekwaam is, is voor die handeling ook niet bevoegd. Je diploma dekt je dus niet af als je de handeling in de praktijk niet meer beheerst. Dat klinkt streng, maar het beschermt vooral de cliënt.
Waarom bekwaamheid onderhoud vraagt
Vaardigheden slijten. Een collega die jaren op een afdeling werkte waar nooit een maagsonde werd ingebracht, is die handeling gewoon kwijtgeraakt, hoe goed opgeleid ook. Daarom is bekwaam blijven geen eenmalige toets maar iets wat je bijhoudt. Je houdt je kennis op peil met bij- en nascholing, en je houdt je handvaardigheid op peil door de handeling met enige regelmaat te blijven doen of te oefenen op een skills-lab.
Zo houd je je bekwaamheid op peil
In de praktijk werkt het meestal via een combinatie van deze dingen:
- Blijven doen. Voer de voorbehouden en risicovolle handelingen die bij je functie horen regelmatig uit, zodat je routine niet wegzakt.
- Scholing volgen. Veel werkgevers werken met een vaste scholingscyclus voor risicovolle handelingen, vaak gekoppeld aan een toets of aftekening op de werkvloer.
- Werken volgens de richtlijn. Gebruik de actuele protocollen, bijvoorbeeld de Vilans-protocollen, zodat je aansluit bij de laatste stand.
- Vastleggen. Zorg dat je kunt aantonen dat je bekwaam bent, bijvoorbeeld met een bekwaamheidsverklaring, een afgetekende toets of een aantekening in je bekwaamheidsdossier.
Bekwaamheid aantoonbaar maken
Als kwaliteitsverpleegkundige zie ik dat teams struikelen over dat laatste punt: de handeling wordt wel gedaan, maar niet vastgelegd. Toch is dat precies waar de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) en je werkgever naar kijken. Een bekwaamheidsverklaring, een scholingsregistratie of een aftekenlijst hoeft niet ingewikkeld te zijn, als het maar laat zien dat je de handeling recent en volgens de norm hebt uitgevoerd. De V&VN heeft hiervoor een leidraad bekwaamheid die houvast geeft, zeker voor de langdurige zorg.
Wat als je twijfelt of je bekwaam bent
De eerlijkste stap is dan de moeilijkste: aangeven dat je een handeling niet meer veilig durft uit te voeren. Dat is geen zwaktebod maar professioneel gedrag. Vraag dan om een opfrisscholing of laat je opnieuw aftekenen. Twijfel je over de regels rond een specifieke handeling, check dan het protocol van je werkgever, de richtlijnen van je beroepsvereniging of overleg met de opdrachtgever. Bekwaam blijven is uiteindelijk teamwork: het lukt alleen als scholing, planning en registratie op de werkvloer echt worden bijgehouden.
Wie houdt hier toezicht op
Je werkgever is verantwoordelijk voor een veilige uitvoering van voorbehouden en risicovolle handelingen en hoort daar beleid voor te hebben: welke handelingen op de afdeling voorkomen, hoe vaak bijscholing plaatsvindt en hoe bekwaamheid wordt vastgelegd. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) kan daarop toezien en let dan op of een organisatie dit aantoonbaar op orde heeft. Maar de individuele professional houdt een eigen verantwoordelijkheid: jij bent degene die inschat of je een handeling nu veilig kunt uitvoeren. Die twee kanten, werkgever en professional, moeten elkaar aanvullen. Als het scholingsaanbod tekortschiet, is dat een gesprek waard met je leidinggevende, want een goed bekwaamheidsbeleid maakt jouw werk juist makkelijker en veiliger.
Bevoegdheid krijg je met je diploma, bekwaamheid moet je onderhouden.
Veelgestelde vragen
Wat is het verschil tussen bevoegd en bekwaam?
Bevoegd ben je op basis van je opleiding en je BIG-registratie. Bekwaam ben je als je een handeling op dit moment veilig kunt uitvoeren. Bevoegdheid is blijvend, bekwaamheid is een momentopname die je moet onderhouden.
Hoe toon je aan dat je bekwaam bent?
Met bewijs dat je de handeling recent en volgens de richtlijn hebt uitgevoerd: een bekwaamheidsverklaring, een afgetekende scholing of toets, of een aantekening in je bekwaamheidsdossier. Werk daarbij volgens de actuele protocollen.
Wat als ik een handeling lang niet heb gedaan?
Dan kun je onbekwaam zijn geworden, ook al ben je nog bevoegd. Voer de handeling niet uit voordat je jezelf hebt bijgeschoold of opnieuw laten aftekenen. Onbekwaam maakt onbevoegd.

