De vijf regels voor medicatie toedienen zijn: de juiste patiënt, het juiste medicijn, de juiste dosis, het juiste tijdstip en de juiste toedieningswijze. Je loopt deze vijf controles langs vlak voordat je aftekent en toedient, zodat je fouten opvangt voordat ze bij de cliënt terechtkomen. In veel instellingen is inmiddels een zesde regel toegevoegd: de juiste registratie.
Op een drukke dienst gaat medicatie delen bijna vanzelf. Juist dan zijn de vijf regels je houvast. Het zijn vijf simpele controles die je elke keer opnieuw langsloopt, zodat een verwisseling of een verkeerde dosis niet ongemerkt doorschiet naar de cliënt. Ik gebruik ze zelf als een vast rondje in mijn hoofd, ook na jaren.
Welke vijf regels zijn het
De klassieke vijf regels draaien allemaal om het woord juist:
- De juiste patiënt. Controleer wie voor je zit, niet alleen de naam op de baxterrol maar de persoon zelf. Vraag actief naar naam en geboortedatum als dat kan.
- Het juiste medicijn. Klopt het middel met wat is voorgeschreven? Lees het etiket, vertrouw niet op vorm of kleur.
- De juiste dosis. Klopt het aantal en de sterkte? Bij afwijkende doseringen check je terug voordat je verdergaat.
- Het juiste tijdstip. Sommige medicatie moet echt op een vast moment, denk aan medicatie bij Parkinson of antibiotica.
- De juiste toedieningswijze. Oraal, subcutaan, via de sonde: de route bepaalt of het medicijn werkt zoals bedoeld.
Waarom een zesde regel is toegevoegd
In veel zorgorganisaties hoor je tegenwoordig over zes juisten in plaats van vijf. De zesde is de juiste registratie. Uit analyses van medicatie-incidenten bleek dat een groot deel van de fouten niet ontstond bij het toedienen zelf, maar doordat een gift niet of verkeerd werd afgetekend. Een collega geeft dan per ongeluk nog een keer, of niemand ziet dat een dosis is overgeslagen. Aftekenen op het moment van toedienen hoort er dus gewoon bij.
De juiste toedieningswijze verdient extra aandacht als een cliënt moeite krijgt met slikken. Je kunt dan niet alleen op de naam en dosis afgaan; ook de vorm van het middel wordt een vraag. In de uitleg of je tabletten mag vermalen lees je welke informatie je bij arts of apotheek bespreekt en hoe dat samenhangt met de toedienlijst.
Hoe je de regels op een gewone dienst volhoudt
De regels werken alleen als ze een gewoonte worden. Een paar dingen die in mijn teams helpen:
- Deel medicatie zoveel mogelijk zonder onderbreking en spreek af dat collega’s je niet aanspreken tijdens het delen.
- Teken af op het moment zelf, niet achteraf uit je geheugen.
- Twijfel je bij een dosis of een afwijkend voorschrift? Dan stop je en overleg je met de apotheek of de voorschrijver. Liever een keer te veel gebeld dan een fout gemaakt.
Bevoegd en bekwaam blijft de basis
De vijf regels gaan over veilig handelen, maar ze staan niet los van de vraag of jij deze handeling mag en kunt uitvoeren. Medicatie toedienen valt onder de kaders van de Wet BIG. Voor risicovolle en voorbehouden handelingen, zoals injecteren, geldt dat je bevoegd en bekwaam moet zijn. De vijf regels vervangen die eis niet, ze komen erbovenop. Werk daarom altijd volgens het medicatiebeleid van je eigen organisatie en de afspraken die daarin staan over aftekenen en dubbele controle.
Wat te doen als het toch misgaat
Er gaat een keer iets mis, dat overkomt iedereen. Belangrijker dan de fout is wat je erna doet: meld hem eerlijk via het meldsysteem voor incidenten (MIC of VIM), zodat je team ervan kan leren. Zorgorganisaties zijn verplicht om de kwaliteit en veiligheid van zorg te bewaken, en de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) ziet daarop toe. Melden is geen afrekening, het is de manier waarop je met elkaar voorkomt dat dezelfde fout nog eens gebeurt.
Na een medicatiefout ontstaat naast de interne melding vaak een tweede vraag: wie vertelt de cliënt wat er is gebeurd? In een fout bespreken met de patiënt worden het gesprek, de verslaglegging en de interne meldroute afzonderlijk behandeld. Dat helpt om met de verantwoordelijke collega af te stemmen wat er nog moet gebeuren, zodat de communicatie niet tussen twee diensten blijft liggen.
De vijf regels zijn geen afvinklijst voor de vorm, ze zijn je laatste vangnet vlak voordat een medicijn bij de cliënt komt.
Veelgestelde vragen
Zijn het nu vijf of zes regels?
Van oudsher zijn het vijf regels: juiste patiënt, medicijn, dosis, tijdstip en toedieningswijze. Veel organisaties hanteren inmiddels een zesde regel, de juiste registratie, omdat veel fouten ontstaan bij het aftekenen.
Mag ik als verzorgende IG medicatie toedienen?
Voor het aanreiken en toedienen van gewone medicatie meestal wel, mits het in je functie en het beleid van je organisatie past. Voor voorbehouden handelingen zoals injecteren gelden de eisen van bevoegd en bekwaam uit de Wet BIG. Check het protocol van je werkgever.
Wat doe ik als ik twijfel over een dosis?
Stop en dien niet toe. Controleer het voorschrift en overleg met de apotheek of de voorschrijver. Een korte extra controle is altijd beter dan een verkeerde dosis geven.

