week 44 · elke week nieuwe artikeleneditie 2026.44
Reliashelder over bevoegdheid, bekwaamheid en scholing in de zorg
Zorgberoepen

Veiligheid of privacy van cliënten: wat je volgens de wet mag delen

Ingrid Bakker
Ingrid Bakkerloopbaanadviseur in de zorg · expert zorgberoepen
Wijkverpleegkundige met tas bij de voordeur van een woning

Je staat als wijkverpleegkundige voor een deur waarachter iemand woont die vorige week een collega bedreigde. Mag je dat weten voordat je aanbelt? En mag jij het doorgeven aan de invalkracht van morgen? In vakblad Nursing legden lezers eind september een stelling voor die precies daarover gaat, namelijk dat de veiligheid van zorgmedewerkers moet zwaarder wegen dan de privacy van cliënten. De aanleiding is herkenbaar voor iedereen in de thuiszorg. Over het werk achter de voordeur van de cliënt staat in de stelling van Nursing kortweg “Daar staan we vaak alleen.”

Het gevoel achter die stelling is begrijpelijk. Toch werkt de wet niet met een simpele rangorde waarin het ene belang het andere altijd verslaat. Wat je mag delen hangt af van met wie je deelt, waarom en hoeveel. Hieronder zetten we op een rij wat de wet zegt en waar de ruimte zit.

Het uitgangspunt is geheimhouding

De basis staat in de Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst (WGBO), die onderdeel is van het Burgerlijk Wetboek. In artikel 7:457 staat dat de hulpverlener ervoor zorgt dat anderen dan de patiënt geen inlichtingen over hem krijgen, tenzij de patiënt daar toestemming voor geeft. Ook als er wel iets gedeeld wordt, mag dat de persoonlijke levenssfeer van een ander niet schaden.

Voor BIG-geregistreerden komt daar het beroepsgeheim uit de Wet BIG bij, en voor iedereen in de zorg gelden de beroepscode en de privacyregels van de AVG. Hoe die regels samen uitpakken in de dagelijkse praktijk lees je in ons stuk over beroepsgeheim en informatie delen. Het belangrijkste om te onthouden is dat geheimhouding de regel is en dat delen altijd een uitzondering is die je moet kunnen uitleggen.

Waar de wet ruimte geeft

Die uitzonderingen zijn er wel, en ze zijn ruimer dan veel zorgmedewerkers denken. Er zijn grofweg vier routes.

Toestemming van de cliënt

De eenvoudigste weg is vragen of de cliënt ermee instemt dat je iets deelt. Dat klinkt voor de hand liggend bij informatie over agressie, maar in de praktijk kan het juist helpen om afspraken te maken over hoe een bezoek verloopt. Leg vast wat je hebt gevraagd en wat het antwoord was.

Collega’s die direct bij de zorg betrokken zijn

Lid 2 van artikel 7:457 zegt dat mensen die rechtstreeks betrokken zijn bij de uitvoering van de zorg, en wie de hulpverlener vervangt, niet als “anderen” gelden. Je mag hen informeren voor zover dat nodig is voor hun werk. Dat is de route die voor veiligheid het meest telt. Een collega die morgen dezelfde cliënt bezoekt, of een invalkracht die jouw route overneemt, is rechtstreeks betrokken. Zij mogen weten dat er een risico is en welke afspraken er gelden, bijvoorbeeld dat je met twee mensen gaat of de deur op een kier laat.

Let wel op het woord “noodzakelijk”. De collega heeft genoeg aan de melding dat er een agressierisico is en hoe je daarmee omgaat. De diagnose, de voorgeschiedenis of het verhaal van de familie is daarvoor meestal niet nodig. Een team dat een heel dossier rondstuurt omdat iemand ooit boos werd, gaat verder dan de wet toestaat.

Een wettelijke plicht

Volgens hetzelfde artikel vervalt de beperking als een wet je verplicht om te verstrekken. Voorbeelden zijn de meldplicht van een calamiteit bij de inspectie en sommige meldingen bij infectieziekten. Bij huiselijk geweld of kindermishandeling werkt het anders, daar geeft de meldcode je een meldrecht met een vast stappenplan. Meer daarover lees je in ons artikel over de meldcode huiselijk geweld.

Een conflict van plichten

Soms is er geen toestemming, geen wettelijke plicht en is de ontvanger niet bij de zorg betrokken, terwijl zwijgen tot ernstige schade kan leiden. Denk aan een cliënt die serieus dreigt een ander iets aan te doen. Dan kan een hulpverlener in een conflict van plichten komen. Het beroepsgeheim doorbreken kan in die situatie verdedigbaar zijn, maar alleen na een zorgvuldige afweging. De vragen die je daarbij stelt zijn steeds dezelfde. Heb je geprobeerd toestemming te krijgen? Is er een ernstig en concreet gevaar? Kun je het gevaar op geen andere manier afwenden? Deel je niet meer dan nodig is? Overleg in zo’n situatie altijd met een leidinggevende of een collega met ervaring, en leg de afweging vast in het dossier.

Wat dit betekent voor de stelling

De vraag in Nursing doet alsof je moet kiezen tussen jouw veiligheid en de privacy van de cliënt. In de meeste gevallen hoeft dat niet. Informatie over een concreet veiligheidsrisico delen met collega’s die bij dezelfde cliënt over de vloer komen, past binnen de WGBO zolang je het beperkt tot wat zij nodig hebben. Het probleem in de praktijk zit vaker in de organisatie dan in de wet. Als er geen plek in het dossier is voor een veiligheidssignaal, of als niemand weet hoe zo’n signaal bij de planner of de invalkracht terechtkomt, dan voelt privacy als een muur terwijl het eigenlijk een gat in de werkafspraken is.

Waar het wel schuurt is bij informatie die buiten het zorgteam gaat. Een lijst met namen van “lastige cliënten” die tussen organisaties wordt gedeeld, of een waarschuwing aan buren, valt niet onder de uitzondering voor direct betrokkenen. Daarvoor heb je toestemming, een wettelijke grondslag of een goed onderbouwde afweging nodig. Ziekenhuizen die mensen weren na agressie werken daarom met eigen regels en procedures, zoals we beschreven in ons stuk over de zwarte lijst van ziekenhuizen.

Praktisch handelen als je je onveilig voelt

  • Meld een incident of dreiging altijd intern, via de route die je organisatie daarvoor heeft. Zo komt het signaal op de plek waar het hoort.
  • Vraag na of het dossier een vaste plek heeft voor veiligheidsafspraken, los van de medische informatie. Dan zien collega’s het signaal zonder dat ze alles hoeven te lezen.
  • Deel bij een overdracht wat de collega nodig heeft om veilig te werken, en niet meer.
  • Twijfel je of iets buiten het team mag, overleg dan eerst met je leidinggevende of de privacyfunctionaris van je organisatie.
  • Leg vast wat je gedeeld hebt, met wie en waarom. Dat beschermt jou als er later vragen over komen.

Veiligheid en privacy staan dus minder vaak tegenover elkaar dan de stelling doet vermoeden. Wie weet welke route de wet biedt, kan collega’s beschermen zonder het vertrouwen van de cliënt te beschamen. En waar de organisatie die route niet goed heeft ingericht, is dat een punt om aan te kaarten bij je leidinggevende of in het teamoverleg.

Ingrid Bakker
loopbaanadviseur in de zorg
Ingrid Bakker

Ingrid schrijft over de verschillende zorgberoepen en wat ze mogen en moeten. Ze werkte zelf als verzorgende IG en weet hoe verwarrend de verschillen tussen functies en registraties kunnen zijn.

ingrid@relias.nl · Meer van Ingrid Bakker →