week 44 · elke week nieuwe artikeleneditie 2026.44
Reliashelder over bevoegdheid, bekwaamheid en scholing in de zorg
Zorgberoepen

Onvrijwillige zorg thuis: wat de Wzd van jou als wijkverpleegkundige vraagt

Ingrid Bakker
Ingrid Bakkerloopbaanadviseur in de zorg · expert zorgberoepen
Wijkverpleegkundige loopt met een tas door een woonstraat

Een voordeur die ’s nachts op slot gaat, medicatie die in een kluisje ligt, een camera in de woonkamer. Wie in de wijk werkt bij cliënten met dementie of een verstandelijke beperking, komt het regelmatig tegen. Nursing zette er vijf vragen over op een rij. De kern is dat de Wet zorg en dwang niet alleen in het verpleeghuis geldt, maar ook bij iemand thuis. Over het aantal registraties van gedwongen zorg schreven we eerder in ons stuk over de Wzd-registraties bij de IGJ. Hier gaat het over wat de wet van jou vraagt als wijkverpleegkundige.

Wanneer is het onvrijwillige zorg?

De Wet zorg en dwang geldt voor cliënten met een psychogeriatrische aandoening, zoals dementie, of een verstandelijke beperking. Artikel 2 noemt negen vormen van zorg die onvrijwillig zijn als de cliënt of zijn vertegenwoordiger zich ertegen verzet. Vertaald naar de thuissituatie ziet dat er zo uit.

Wat je thuis tegenkomt Vorm volgens artikel 2 Wzd
Medicatie of voeding geven terwijl de cliënt weigert Toedienen van vocht, voeding en medicatie (a)
Een tafelblad of gordel die opstaan verhindert Beperken van de bewegingsvrijheid (b)
De voordeur ’s nachts op slot draaien Insluiten (c) of beperken van de bewegingsvrijheid (b)
Een camera of bewegingsmelder Uitoefenen van toezicht (d)
Medicatie of geld in een kluis, de telefoon weghalen Beperken van de vrijheid het eigen leven in te richten (h)
Bepaalde bezoekers weren Beperken van het recht op bezoek (i)

Het woord verzet is belangrijk, maar het zegt niet alles. Volgens artikel 2, tweede lid, geldt het stappenplan ook als een wilsonbekwame cliënt en zijn vertegenwoordiger zich niet verzetten tegen gedragsbeïnvloedende medicatie die niet volgens de richtlijn wordt gegeven, tegen een maatregel die de bewegingsvrijheid beperkt, of tegen de mogelijkheid van insluiting. Een dochter die zelf voorstelt de deur op slot te doen, haalt die plicht dus niet weg.

De stappen die de wet voorschrijft

  1. Eerst vrijwillig. De zorgaanbieder moet volgens artikel 9 voldoende mogelijkheden bieden voor vrijwillige zorg. Dreigt ernstig nadeel, dan overlegt de zorgverantwoordelijke met ten minste één deskundige van een andere discipline. Daarin komen een risico-inventarisatie, de mogelijke oorzaak van het gedrag, de rol van de omgeving en de vrijwillige alternatieven aan bod.
  2. De thuissituatie op tafel. Wordt de zorg niet in een accommodatie gegeven, dan wordt in dat overleg volgens artikel 9, vierde lid, ook besproken in hoeverre de thuissituatie geschikt is voor de zorg. Dat is een vraag waar jij als wijkverpleegkundige vaak het beste zicht op hebt.
  3. Onvrijwillige zorg als uiterste middel. Pas als vrijwillige zorg niet volstaat, kan de zorgverantwoordelijke onvrijwillige zorg in het zorgplan opnemen. Artikel 10 eist dan dat het gedrag tot ernstig nadeel leidt, dat de maatregel noodzakelijk, geschikt en evenredig is en dat er niets minder ingrijpends is. Gaat het om medicatie, beperking van de bewegingsvrijheid of insluiten en is de zorgverantwoordelijke geen arts, dan is instemming van een betrokken arts nodig.
  4. Uitvoeren met een eigen toets. Hier kom jij als uitvoerder in beeld. Artikel 13 bepaalt dat een zorgverlener onvrijwillige zorg uit het zorgplan alleen uitvoert als hij heeft vastgesteld dat het ernstig nadeel zich op dat moment echt voordoet en er in die omstandigheden geen minder ingrijpende mogelijkheid is. Dat de maatregel in het plan staat, is dus geen vrijbrief voor elke dienst.
  5. Onvoorziene situaties. Gebeurt er iets waar het zorgplan niet in voorziet, dan beslist de zorgverantwoordelijke volgens artikel 15. Die beslissing moet binnen 48 uur op schrift en geldt hooguit twee weken. De Wzd-functionaris, de vertegenwoordiger en de cliënt worden zo mogelijk vooraf geïnformeerd.

Wat je vastlegt

Artikel 16 schrijft voor wat er in het dossier hoort, waaronder het zorgplan, de uitkomsten van het overleg, een beslissing in een onvoorziene situatie en de reden als iemand niet is geïnformeerd. Voor jou in de wijk betekent dat vooral rapporteren bij de uitvoering. Wat gebeurde er, waarom was de maatregel op dat moment nodig, en wat heb je eerst geprobeerd? Die verslaglegging is ook de basis voor de evaluatie en het afbouwen van de maatregel. Hoe je in het algemeen met dossiers en informatie omgaat, lees je in ons stuk over beroepsgeheim en informatie delen.

Waarom thuis anders is dan in een instelling

In een verpleeghuis is er altijd iemand in de buurt. Thuis ben je er een paar keer per dag, en de rest van de tijd zijn het mantelzorgers of niemand. Een deur op slot heeft dan een ander risico, bijvoorbeeld bij brand of een val. Dat is precies waarom de wet de geschiktheid van de thuissituatie als apart punt in het overleg noemt. Merk je dat er thuis maatregelen worden genomen die niet in het zorgplan staan, door familie of door collega’s, bespreek dat dan met de zorgverantwoordelijke. De Wzd geldt voor wat een zorgaanbieder beroepsmatig doet, en wat jij signaleert kan het begin zijn van het overleg dat de wet voorschrijft.

Ingrid Bakker
loopbaanadviseur in de zorg
Ingrid Bakker

Ingrid schrijft over de verschillende zorgberoepen en wat ze mogen en moeten. Ze werkte zelf als verzorgende IG en weet hoe verwarrend de verschillen tussen functies en registraties kunnen zijn.

ingrid@relias.nl · Meer van Ingrid Bakker →