week 44 · elke week nieuwe artikeleneditie 2026.44
Reliashelder over bevoegdheid, bekwaamheid en scholing in de zorg
Praktijk & actualiteiten

Meer registraties van gedwongen zorg bij de IGJ: wat de Wzd van jou vraagt

Sanne Willems
Sanne Willemskwaliteitsverpleegkundige · expert praktijk & actualiteiten
Verzorgende werkt het zorgdossier bij op een tablet in de gang van een verpleeghuis

In verpleeghuizen, de wijkverpleging, de gehandicaptenzorg en de ggz is in 2025 opnieuw vaker gedwongen zorg geregistreerd dan het jaar ervoor. Dat meldde de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd op 1 oktober 2026, en Skipr pikte het bericht direct op. De cijfers zeggen iets over de sector, maar de vraag voor wie op de werkvloer staat is concreter. Wat registreer je eigenlijk, waarom, en wat vraagt de Wet zorg en dwang van jou als het een keer anders loopt dan in het zorgplan staat?

Wat de inspectie zag

Volgens het bericht van de IGJ kregen in 2025 in verpleeghuizen en de wijkverpleging ongeveer 2.700 cliënten te maken met gedwongen zorg, 8 procent meer dan in 2024. In de gehandicaptenzorg ging het om bijna 5.500 cliënten (6 procent meer) en in de ggz om ongeveer 13.700 cliënten (5 procent meer). Voor de gesloten jeugdzorg zijn voor het eerst vergelijkbare cijfers gepubliceerd, met zo’n 430 jongeren die met vrijheidsbeperkingen te maken kregen.

De inspectie leest er niet automatisch meer dwang in. Een deel van de stijging komt volgens de IGJ doordat zorgprofessionals zich beter bewust zijn van de dwang en vrijheidsbeperkingen die ze toepassen en die ook beter registreren. Daarnaast noemt de inspectie meer cliënten met complexe problemen en de personeelstekorten. Wisselende gezichten op de werkvloer betekenen dat medewerkers cliënten minder goed kennen, en dan wordt sneller teruggegrepen op gedwongen maatregelen. Het uitgangspunt blijft volgens de IGJ dat dwang zo min en zo kort mogelijk wordt toegepast.

Dat laatste punt is het interessantste voor de praktijk. Een team dat zijn cliënten kent, ziet onrust eerder aankomen en heeft meer alternatieven. Een registratie is dus niet alleen een administratieve plicht, het is ook een spiegel voor hoe een team werkt.

Waar de cijfers vandaan komen

Zorgaanbieders leveren deze gegevens aan op grond van de Wet zorg en dwang (Wzd) en de Wet verplichte ggz. Dit stuk gaat over de Wzd, die geldt voor mensen met een psychogeriatrische aandoening of een verstandelijke beperking. Voor de ggz lees je meer in ons stuk over de Wet verplichte ggz.

In de Wzd staan twee verplichtingen voor de zorgaanbieder. Artikel 17 bepaalt dat de aanbieder voor het toezicht van de inspectie een reeks gegevens digitaal beschikbaar heeft, en ten minste eens per zes maanden een digitaal overzicht aan de inspectie geeft. Artikel 18 vraagt daarnaast elke zes maanden een analyse van de onvrijwillige zorg, ondertekend door het bestuur. Die halfjaarlijkse aanlevering is waar de cijfers van de IGJ op zijn gebaseerd.

Formeel ligt de plicht dus bij de zorgaanbieder. Maar die gegevens ontstaan niet op het bestuurskantoor. Ze komen uit de dossiers en zorgplannen die jij en je collega’s bijhouden.

Wat er per cliënt vastgelegd moet zijn

Artikel 17 somt op welke gegevens beschikbaar moeten zijn. Voor wie in de zorg werkt zijn vooral deze van belang.

  • De vorm van de onvrijwillige zorg, bijvoorbeeld beperken van de bewegingsvrijheid, insluiten, toezicht of medicatie waartegen de cliënt zich verzet.
  • De noodzaak van die zorg.
  • Het zorgplan of de schriftelijke beslissing die de zorg rechtvaardigt.
  • De begindatum en einddatum.
  • De duur en de frequentie.

Wat onvrijwillige zorg is, staat in artikel 2. Het gaat om zorg waartegen de cliënt of zijn vertegenwoordiger zich verzet, in een van de vormen die het artikel noemt, van medicatie en medische handelingen tot beperkingen in bezoek of in de vrijheid om het eigen leven in te richten. Een sensor op de kamerdeur of een afgesloten voordeur kan daar dus ook onder vallen. Als je twijfelt of iets onvrijwillige zorg is, vraag het dan aan de zorgverantwoordelijke of de Wzd-functionaris van je organisatie. Een algemene uitleg van de wet vind je in ons stuk Wet zorg en dwang uitgelegd voor zorgprofessionals.

Als het anders loopt dan het zorgplan

De meeste onvrijwillige zorg hoort vooraf in het zorgplan te staan, na het stappenplan uit de wet. Artikel 9 vraagt eerst om alternatieven te zoeken. De zorgverantwoordelijke overlegt met een deskundige uit een andere discipline over het risico, de mogelijke oorzaak van het gedrag, de rol van de omgeving en de mogelijkheden voor vrijwillige zorg.

Soms gebeurt er iets wat niemand had voorzien. Daarvoor is artikel 15. In zo’n onvoorziene situatie of noodsituatie mag onvrijwillige zorg alleen worden verleend op grond van een beslissing van de zorgverantwoordelijke. Die stelt vast dat het gedrag leidt tot ernstig nadeel, dat de zorg noodzakelijk, geschikt en evenredig is, dat er geen minder ingrijpende mogelijkheid is, en dat er toezicht is tijdens de toepassing. De beslissing moet zo snel mogelijk en uiterlijk binnen 48 uur schriftelijk worden vastgelegd, en geldt hooguit twee weken. Gaat het om medicatie, beperking van de bewegingsvrijheid of insluiten en is de zorgverantwoordelijke geen arts, dan overlegt hij met de betrokken arts. Ook de Wzd-functionaris, de vertegenwoordiger en de cliënt worden, zo mogelijk vooraf, geïnformeerd.

Voor jou als verzorgende of verpleegkundige betekent dat vooral dit. Grijp je in een acute situatie in, zorg dan dat de zorgverantwoordelijke het direct weet. Schrijf in het dossier op wat er gebeurde, wat je deed, hoe lang en waarom. Zonder die informatie kan de zorgverantwoordelijke de beslissing niet goed vastleggen, en mist de registratie precies wat de inspectie wil zien.

Wat de stijging je team kan vertellen

Het zou jammer zijn om dit nieuws alleen te lezen als een stijgende lijn op een grafiek. De IGJ wijst zelf op de personeelstekorten en de wisselende bezetting. Wie dat herkent, kan het bespreken in het multidisciplinair overleg. Welke maatregelen zijn er in een onbekende dienst ingezet, en hadden die met meer kennis van de cliënt voorkomen kunnen worden? Artikel 8 van de Wzd verplicht de zorgverantwoordelijke om het zorgplan ten minste elke zes maanden te evalueren, en daar hoort die vraag thuis.

Goede registratie is in dat licht geen bureaucratie. Het is de enige manier om te laten zien dat dwang echt het laatste middel was, en om te zien waar het minder kan.

Sanne Willems
kwaliteitsverpleegkundige
Sanne Willems

Sanne vertaalt regels naar de werkvloer: protocollen, scholingsplannen en bekwaamheid aantoonbaar maken. Ze houdt het praktisch en denkt vanuit wat een team op een gewone dienstdag echt kan bijhouden.

sanne@relias.nl · Meer van Sanne Willems →