week 44 · elke week nieuwe artikeleneditie 2026.44
Reliashelder over bevoegdheid, bekwaamheid en scholing in de zorg
Zorgberoepen

Een fout gemaakt bij een patiënt: moet je dat zelf vertellen?

Ingrid Bakker
Ingrid Bakkerloopbaanadviseur in de zorg · expert zorgberoepen
Verpleegkundige in een rustig gesprek aan tafel met een collega in een ziekenhuiskamer

Een verkeerde dosis, een vergeten controle, een val die je achteraf had kunnen voorkomen. Iedereen die lang genoeg in de zorg werkt, maakt een keer een fout bij een patiënt of cliënt. Het eerste gevoel is vaak schaamte, en de vraag die daarna komt is praktisch. Moet ik dit zelf aan de patiënt vertellen, of is dat aan de arts, de teamleider of de organisatie? Het korte antwoord is dat de patiënt het altijd moet horen. Wie het vertelt en hoe, hangt af van je rol en van de afspraken in je organisatie.

Wat de wet vraagt na een incident

De regel staat in artikel 10, derde lid, van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz). De zorgaanbieder moet de cliënt “onverwijld” vertellen wat de aard en toedracht is van een incident bij de zorgverlening dat voor de cliënt merkbare gevolgen heeft of kan hebben. Is de cliënt vertegenwoordigd of overleden, dan geldt dat ook tegenover de vertegenwoordiger of een nabestaande. De zorgaanbieder licht de cliënt daarbij ook in over de mogelijkheden om de gevolgen weg te nemen of te beperken.

De wet omschrijft een incident als een niet-beoogde of onverwachte gebeurtenis die te maken heeft met de kwaliteit van de zorg en die tot schade bij de cliënt heeft geleid, had kunnen leiden of zou kunnen leiden. Dat is breed. Ook een fout die net goed afloopt, valt eronder zodra de cliënt er iets van merkt of kan merken.

Belangrijk is wie de plicht heeft. De Wkkgz legt hem bij de zorgaanbieder, en dat is volgens de wet een instelling of een solistisch werkende zorgverlener. Werk je in loondienst bij een ziekenhuis, verpleeghuis of thuiszorgorganisatie, dan is de organisatie verantwoordelijk dat het gesprek plaatsvindt. Werk je als zzp’er rechtstreeks voor cliënten, dan ben je zelf de zorgaanbieder en ligt de plicht dus bij jou. Meer over de opbouw van deze wet lees je in onze uitleg van de Wkkgz.

Wat de beroepscode van jou vraagt

Dat de wettelijke plicht bij de organisatie ligt, betekent niet dat jij je erachter kunt verschuilen. De Beroepscode van Verpleegkundigen en Verzorgenden vraagt in artikel 1.7 dat je alert bent op het voorkomen van fouten en dat je een fout bespreekbaar maakt en actie onderneemt om de negatieve gevolgen tegen te gaan of te beperken, volgens de procedure van je instelling. Artikel 2.9 vraagt dat je de zorgvrager in begrijpelijke taal informeert, en dat je de juiste hulpverlener inschakelt als je bepaalde informatie zelf niet kunt of mag geven.

In de praktijk komt het er meestal op neer dat je de fout direct meldt bij de verantwoordelijke arts of je leidinggevende, eerst zorgt dat de gevolgen voor de patiënt zo klein mogelijk blijven, en daarna afspreekt wie het gesprek met de patiënt voert. Vaak is dat de behandelend arts, zeker als er medische gevolgen zijn. Het is goed als jij erbij bent, omdat jij weet wat er gebeurd is. Ben je de enige zorgverlener, zoals in de wijk of als zzp’er, dan voer je het gesprek zelf.

Wat je in het dossier vastlegt

Hetzelfde wetsartikel zegt wat er in het dossier van de cliënt moet komen. Dat is de aard en toedracht van het incident, het tijdstip waarop het gebeurde en de namen van de betrokkenen. Schrijf het feitelijk op, zonder oordeel over jezelf of anderen, en zet erbij wat er daarna is gedaan en dat de patiënt is geïnformeerd.

Daarnaast heeft je organisatie waarschijnlijk een eigen meldsysteem voor incidenten, vaak VIM of MIC genoemd. Die interne melding is bedoeld om ervan te leren en staat los van de aantekening in het dossier. Het een vervangt het ander niet.

Incident of calamiteit

Heeft een fout geleid tot de dood van de cliënt of tot een ernstig schadelijk gevolg, dan spreekt de wet van een calamiteit. De zorgaanbieder moet die volgens artikel 11 van de Wkkgz onverwijld melden bij de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd. Ook hier ligt de plicht bij de zorgaanbieder, maar jij moet je organisatie wel in staat stellen om te melden. Hoe die rolverdeling precies werkt, staat in ons stuk over een calamiteit melden bij de inspectie. De melding aan de inspectie komt bovenop het gesprek met de patiënt, niet in plaats daarvan.

Wat openheid betekent bij een klacht of tuchtzaak

Veel zorgverleners zijn bang dat eerlijk zijn over een fout hen later in een klacht- of tuchtprocedure opbreekt. De uitspraken op tuchtrecht.overheid.nl wijzen eerder de andere kant op. Een fout op zich leidt niet automatisch tot een maatregel. Tuchtcolleges kijken naar wat je deed, maar ook naar hoe je er daarna mee omging.

Een voorbeeld is een zaak uit 2017 bij het regionaal tuchtcollege in Groningen. Een verpleegkundige week op eigen houtje af van het afgesproken reanimatiebeleid en legde dat niet vast in het dossier. Het college legde de zwaarste maatregel op, doorhaling, en rekende het haar daarbij zwaar aan dat zij de onjuistheid van haar handelwijze op geen enkele wijze onderkende en niet in staat bleek daarop te reflecteren. Het ontbreken van inzicht maakte de kans op herhaling volgens het college groot.

Wie een fout erkent, meldt, vastlegt en er met de patiënt over praat, laat precies zien wat een college wil zien. Dat neemt een klacht niet altijd weg. De patiënt kan een klacht indienen bij de zorgaanbieder, en hoe dat verloopt staat in ons stuk over de Wkkgz-klachtprocedure. Maar voor een patiënt is het iets heel anders om het direct van jou of je collega te horen dan om het later zelf in het dossier te lezen.

Zo pak je het aan

  • Zorg eerst voor de patiënt. Beperk de gevolgen en schakel direct de verantwoordelijke arts of je leidinggevende in.
  • Spreek af wie het gesprek met de patiënt of familie voert en wanneer. Wacht niet tot de volgende dienst als het vandaag kan.
  • Vertel wat er is gebeurd en wat er nu gedaan wordt. Speculeer niet over schuld of oorzaken die nog niet vaststaan.
  • Leg het incident, het tijdstip, de betrokkenen en het gesprek vast in het dossier.
  • Meld het intern volgens de procedure van je organisatie.
  • Zoek steun. Een fout kan je lang bezighouden. Praat erover met een collega, je leidinggevende of de vertrouwenspersoon.
Ingrid Bakker
loopbaanadviseur in de zorg
Ingrid Bakker

Ingrid schrijft over de verschillende zorgberoepen en wat ze mogen en moeten. Ze werkte zelf als verzorgende IG en weet hoe verwarrend de verschillen tussen functies en registraties kunnen zijn.

ingrid@relias.nl · Meer van Ingrid Bakker →