Een kweek komt terug met MRSA, en ineens verandert er van alles op de afdeling. Een eenpersoonskamer, een schort, een mondneusmasker, een label in het dossier en misschien een contactonderzoek onder collega’s. Wie wat moet doen, staat in de richtlijnen voor infectiepreventie. Die zijn de afgelopen jaren veranderd, en dat is niet overal doorgedrongen. Vakblad Nursing zette de richtlijnen recent op een rij in een artikel over MRSA. Hieronder lees je wat er geldt en waar je de officiële tekst vindt.
Van WIP naar SRI
Lange tijd golden de richtlijnen van de Werkgroep Infectiepreventie (WIP), met aparte versies voor ziekenhuizen, verpleeghuizen, thuiszorg en revalidatiecentra. Die zijn vervangen door richtlijnen van het Samenwerkingsverband Richtlijnen Infectiepreventie (SRI). Voor MRSA in de medisch specialistische zorg geldt de richtlijn Infectiepreventie MRSA in de Richtlijnendatabase. Het RIVM houdt bij welke richtlijnen voor welke zorgsetting gelden. Werk je in de langdurige zorg of de wijk, kijk dan daar welke versie voor jou van toepassing is, want de maatregelen kunnen per setting verschillen.
Welke maatregelen gelden in het ziekenhuis
De SRI-richtlijn beveelt aan een MRSA-positieve patiënt bij voorkeur te verplegen op een gesluisde isolatiekamer met drukhiërarchie. Als overbrugging kan een eenpersoonskamer met gesloten deur en eigen sanitair. Hoort de patiënt bij een cluster of heeft hij risicofactoren voor verspreiding, zoals huidlaesies of abcessen die niet genezen, dan altijd een gesluisde isolatiekamer.
Bij verzorging en behandeling draag je een chirurgisch mondneusmasker, handschoenen en een schort met lange mouwen en manchetten. Een halterschort beschermt minder, omdat MRSA de huid koloniseert. Haarbedekking wordt niet meer aanbevolen, omdat er geen bewijs is dat die verspreiding voorkomt. Handhygiëne volgens de vijf momenten blijft de basis.
Patiënten in risicocategorie 1 of 2 gebruiken geen gemeenschappelijk sanitair en bezoeken geen gemeenschappelijke ruimten. Bezoekers moeten worden geïnformeerd. Ze passen handhygiëne toe voor ze de kamer verlaten, bezoeken daarna geen andere patiënten en dragen dezelfde beschermingsmiddelen als jij als ze helpen bij de lichamelijke verzorging. Bij een polikliniekbezoek zijn in de regel geen extra maatregelen nodig buiten de algemene voorzorgsmaatregelen, behalve op afdelingen die door hun ingrepen als klinisch gelden.
Voor LA-MRSA, de variant die samenhangt met de veehouderij, geldt minimaal een eenpersoonskamer met eigen sanitair, met dezelfde beschermingsmiddelen.
Wie wat moet doen
De richtlijn is duidelijk over taken. De instelling legt schriftelijk vast wie verantwoordelijk is voor het informeren van patiënt en medewerkers, het instellen en opheffen van maatregelen, het starten van een behandeling van dragerschap, het contactonderzoek en het informeren van derden. Er moet een bedrijfsarts betrokken zijn, die medewerkers informeert, begeleidt en screent en de behandeling van MRSA-positieve medewerkers regelt.
Voor jou als verpleegkundige of verzorgende zijn een paar taken direct van belang.
- De MRSA-status hoort in het medisch en verpleegkundig dossier te staan, het zogeheten labelen.
- Bij overplaatsing of ontslag informeer je de ontvangende instelling, inclusief de wijkverpleging en zo nodig de ambulancedienst, bij voorkeur vóór het moment van overdracht.
- Dat geldt ook als iemand een verhoogd risico heeft op dragerschap of deel uitmaakt van een contactonderzoek.
- Communicatie over de MRSA-status gebeurt volgens de privacyregels van de AVG.
De arts die de kweek aanvroeg, is eindverantwoordelijk voor het doorgeven van de uitslag aan de patiënt en de volgende behandelaar. De behandelend arts legt de patiënt uit waarom er extra maatregelen zijn, met aandacht voor de negatieve kanten van isolatie.
Als jij of een collega drager is
Bij onbeschermd of onvoldoende beschermd contact met een MRSA-drager volgt een contactonderzoek volgens het ringprincipe, te beginnen bij de mensen met het meest intensieve contact. In het ziekenhuis gebeurt dat altijd in overleg met een deskundige infectiepreventie en een arts-microbioloog. Wordt MRSA bij een medewerker gevonden, dan hoort hij of zij als eerste de uitslag te krijgen.
Voor medewerkers met LA-MRSA noemt de richtlijn voorwaarden waaronder ze gewoon patiëntgebonden werk kunnen doen, zoals geen huidlaesies of eczeem en meewerken aan periodieke screening. Voor de begeleiding, screening en behandeling van andere MRSA-positieve medewerkers is volgens de richtlijn de bedrijfsarts aan zet.
Het is een onderwerp waar basishygiëne het verschil maakt. Hoe streng de regels zijn bij gewone handelingen, zoals het bewaren van restjes verband, lees je in ons stuk over verband knippen en hygiëneregels.

