V&VN Ambulancezorg heeft op 12 oktober 2026 een strategische visie voor 2026 tot 2030 gepresenteerd. Het document bouwt voort op het meerjarenbeleidsplan 2023 tot 2026 en zegt waar de afdeling de komende jaren op inzet. Voor de ambulanceverpleegkundige is het vooral interessant om te zien waar de beroepsvereniging meer zeggenschap wil, en welke ontwikkelingen in rol en scholing op de agenda staan. Een overzicht, met wat achtergrond over hoe het werk in de ambulancezorg geregeld is.
Wie V&VN Ambulancezorg vertegenwoordigt
De afdeling is onderdeel van V&VN en werkt met vakgroepen die de breedte van de sector laten zien. Daar zitten ambulanceverpleegkundigen in, maar ook ambulancechauffeurs, meldkamercentralisten, forensisch verpleegkundigen, verpleegkundig specialisten acute zorg en professionals in de laag- en middencomplexe ambulancezorg. De vakgroepen komen vier keer per jaar bij elkaar. Medisch hulpverleners acute zorg en physician assistants hebben hun eigen beroepsverenigingen, waar de afdeling mee samenwerkt, net als met de medisch managers ambulancezorg en met branchevereniging Ambulancezorg Nederland.
Dat brede palet is precies waar een deel van de visie over gaat. De ambulancezorg is niet meer alleen een wagen met een verpleegkundige en een chauffeur. Er zijn rapid responders, eenheden voor laag- en middencomplexe zorg en verpleegkundig specialisten en physician assistants op straat. Wie doet wat, en hoe zorg je dat dat in elke regio op dezelfde manier wordt ingevuld?
De drie focuspunten
De visie draait om drie thema’s.
- Zeggenschap. De stem van de professionals moet beter aan de verschillende tafels klinken, en het verpleegkundig perspectief moet in het ambulancewerk geborgd worden.
- Professionalisering. De afdeling wil bijdragen aan de ontwikkeling van het vak, met scholing, congressen, webinars en onderzoek.
- Kwaliteit van zorg. Meewerken aan richtlijnen, het Kwaliteitskader Ambulancezorg en kaders die de kwaliteit zichtbaar maken en verbeteren.
Onder zeggenschap staan een paar concrete plannen. Er komt een netwerk voor de professionele adviesraden die al bij een aantal regionale ambulancevoorzieningen bestaan. Er volgt een verkenning naar verpleegkundige stafbesturen binnen de sector, zodat verpleegkundigen op gelijkwaardige voet met medici en bestuurders aan tafel zitten. En samen met het Kennisinstituut van V&VN wil de afdeling onderzoeken hoe het verpleegkundig perspectief een plek krijgt in het Landelijk Protocol Ambulancezorg, dat volgens het document tot nu toe vooral medisch is ingestoken.
Waarom het protocol zo belangrijk is
Dat laatste punt raakt aan de kern van hoe bevoegdheid in de ambulancezorg werkt. Een ambulanceverpleegkundige is een BIG-geregistreerde verpleegkundige met een vervolgopleiding, bijvoorbeeld in de intensive care, de anesthesie of de spoedeisende hulp, en daarbovenop een opleiding tot ambulanceverpleegkundige. Op straat voert die verpleegkundige veel voorbehouden handelingen uit, zoals injecties, het inbrengen van een infuus en het toedienen van medicatie. Dat gebeurt niet op eigen gezag, maar volgens het landelijke protocol en onder de medische eindverantwoordelijkheid van de medisch manager ambulancezorg van de regio.
Het protocol werkt daarmee als een staande opdracht. Wie het protocol bepaalt, bepaalt dus voor een groot deel wat de verpleegkundige op straat mag en moet doen. Dat de beroepsvereniging daar meer verpleegkundige inbreng wil, is begrijpelijk. Wij vinden het eerlijk gezegd opvallend dat het zo lang heeft geduurd voordat dit expliciet op de agenda kwam, gezien het aandeel van verpleegkundigen in het dagelijkse werk. Hoe opdrachten en voorbehouden handelingen in het algemeen werken, lees je in ons stuk over zelfstandig een infuus inbrengen als verpleegkundige.
Voor verpleegkundig specialisten acute zorg ligt het anders. Zij hebben voor een aantal voorbehouden handelingen een eigen, zelfstandige bevoegdheid binnen hun deskundigheidsgebied. De visie wil hun inzet en die van de collega’s in de laag- en middencomplexe zorg verder positioneren, zodat ze in alle regio’s op een vergelijkbare manier worden ingezet.
Scholing en het werk op de meldkamer
Onder professionalisering noemt de visie de verdere ontwikkeling van EPA’s, de beschrijvingen van toevertrouwde beroepsactiviteiten die laten zien welke taken een professional zelfstandig aankan. Verder blijven de vakgroepdagen en de webinars bestaan, met minstens één webinar per vakgroep per jaar. De afdeling wil de samenwerking met de spoedeisende hulp, de ggz en de vvt versterken. Ook wetenschappelijk onderzoek door professionals zelf wordt gestimuleerd, met lectoraten aan onder meer de Hogeschool Utrecht, Saxion en de HAN als partner.
Veel vernieuwing gebeurt volgens het document op de meldkamer, waar AI, een bredere triage en de differentiatie van zorgprofessionals moeten zorgen voor de juiste zorg op het juiste moment. De afdeling wil daar via werkgroepen en werkbezoeken bij betrokken blijven, met als doel dat de meldkamer een veilige en prettige werkplek blijft.
Agressie, mentale belasting en groene zorg
Twee thema’s raken het werk van alledag direct. De afdeling blijft de norm rond agressie promoten die in 2025 samen met Ambulancezorg Nederland is opgesteld, met als doel dat collega’s vaker aangifte doen en goede nazorg krijgen. Daarnaast wil V&VN Ambulancezorg de mentale gezondheid van professionals hoger op de agenda zetten, met aandacht voor preventie en weerbaarheid. Wat je kunt doen als je zelf met geweld te maken krijgt, staat in ons stuk over aangifte doen na geweld door een patiënt.
Het derde, nieuwere thema is verduurzaming. Volgens de visie krijgt groene zorg bij veel regio’s en professionals nog weinig aandacht. De afdeling wil daar samen met de andere acute afdelingen van V&VN mee aan de slag. Het is een bescheiden ambitie, maar wel een eerlijke, want de sector begint hier vrijwel bij nul.
Een visie is nog geen besluit, en veel hangt af van wat regio’s, medisch managers en de branche ermee doen. Maar voor de ambulanceverpleegkundige die vindt dat de verpleegkundige blik te weinig meetelt in protocollen en beleid, ligt er nu een document waar je naar kunt verwijzen.

