Het Openbaar Ministerie vervolgt een man die als forensisch arts een lijkschouw verrichtte na het overlijden van een gedetineerde vrouw in de vrouwengevangenis Ter Peel in Evertsoord in 2022, terwijl hij daartoe niet bevoegd was. Volgens Skipr gaat het om verdenkingen van oplichting en valsheid in geschrifte. Het zorgpersoneel van de gevangenis wordt niet vervolgd, omdat het onderzoek geen verband vond tussen hun handelen en het overlijden. De Limburger bracht de zaak op 6 oktober 2026 opnieuw onder de aandacht.
Eerder boog de tuchtrechter zich al over dezelfde gebeurtenis. Het Centraal Tuchtcollege verklaarde een klacht over de verslaglegging door een huisarts in de gevangenis gegrond, maar legde geen maatregel op, zo meldde Omroep Brabant. Over de zaak zelf oordelen we hier niet. Wel laat ze goed zien dat strafrecht en tuchtrecht twee verschillende sporen zijn, met eigen vragen, eigen spelers en soms een andere uitkomst.
Twee sporen met een andere vraag
Het strafrecht vraagt of iemand een strafbaar feit heeft gepleegd en of hij daarvoor gestraft moet worden. Het Openbaar Ministerie beslist of het vervolgt, en de strafrechter beslist over schuld en straf. Dat kan gaan om feiten uit het Wetboek van Strafrecht, zoals oplichting of valsheid in geschrifte, maar ook om strafbepalingen uit de Wet BIG zelf. Artikel 96 stelt het buiten noodzaak benadelen van de gezondheid van een ander strafbaar, artikel 97 het verrichten van een voorbehouden handeling zonder geldige opdracht.
Het tuchtrecht vraagt iets anders, namelijk of een zorgverlener heeft gehandeld zoals een behoorlijk beroepsbeoefenaar betaamt. Het doel is de kwaliteit van de beroepsuitoefening te bewaken, niet om iemand te straffen. Artikel 47 van de Wet BIG bepaalt wie eronder vallen, onder meer artsen, verpleegkundigen, gezondheidszorgpsychologen en physician assistants, zolang zij in het BIG-register staan. Wat er bij zo’n procedure gebeurt, lees je in wat is een tuchtzaak in de zorg.
Wie een zaak in gang zet
Een strafzaak begint bij politie en Openbaar Ministerie. Een tuchtzaak begint met een klaagschrift. Volgens artikel 65 van de Wet BIG kunnen dat indienen
- een rechtstreeks belanghebbende, zoals een patiënt of een nabestaande,
- degene die de zorgverlener een opdracht gaf,
- de werkgever of het bestuur van de instelling waar de zorgverlener werkt,
- de inspecteur van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd.
De sporen raken elkaar wel. Hetzelfde artikel bepaalt dat de inspecteur het OM de gevraagde inlichtingen geeft over een klacht die hij zelf indiende, en dat hij het OM ook uit eigen beweging mag inlichten. Een klacht kan tot tien jaar na het handelen worden ingediend.
Waarom de uitkomsten kunnen verschillen
Omdat de vraag verschilt, kan dezelfde gebeurtenis in de twee sporen anders uitpakken. De tuchtrechter kan een klacht gegrond verklaren en toch geen maatregel opleggen. Artikel 69 staat dat toe bij geringe ernst of vanwege de omstandigheden, en dat is precies wat in de genoemde tuchtzaak gebeurde. Andersom kan het OM besluiten niet te vervolgen, terwijl een tuchtcollege het handelen wel verwijtbaar vindt. Ook kan iemand strafrechtelijk worden vervolgd voor iets waar het tuchtrecht niet bij kan, bijvoorbeeld omdat hij niet in het BIG-register staat.
De maatregelen verschillen ook. Het tuchtcollege kan volgens artikel 48 een waarschuwing, een berisping, een geldboete, een schorsing, een gedeeltelijke ontzegging, voorwaarden of doorhaling van de inschrijving opleggen. Wat een berisping door het tuchtcollege in de praktijk betekent, hebben we apart uitgezocht. De strafrechter legt gevangenisstraf, taakstraf of een geldboete op, en kan iemand bij een veroordeling voor bepaalde feiten volgens artikel 98a ontzetten uit het recht om een zorgberoep uit te oefenen.
Een strafzaak en een tuchtzaak sluiten elkaar niet uit. Ze kunnen na elkaar lopen of tegelijk, over dezelfde feiten.
Wat dit betekent voor je eigen werk
Voor de meeste zorgverleners blijft een strafzaak ver weg. De les uit dit soort zaken zit vooral in de details die in beide sporen worden gewogen. In de tuchtzaak ging het om tegenstrijdige aantekeningen over hoe de vrouw werd aangetroffen. Wie bij een overlijden of een calamiteit betrokken is, doet er goed aan direct, feitelijk en consistent vast te leggen wat hij zag en deed. Wat je bij een mogelijk niet-natuurlijk overlijden wel en niet aanraakt, beschreven we in niet-natuurlijke dood, wat mag je aanraken.
De strafzaak gaat over iets anders, namelijk de vraag of iemand de functie mocht uitoefenen waarin hij werkte. Dat raakt elke organisatie die artsen of andere zorgverleners inhuurt. Controleer bij een nieuwe collega of waarnemer de inschrijving in het BIG-register en de vereiste aantekeningen, juist bij functies die een aanvullende registratie vragen. Tuchtuitspraken zijn geanonimiseerd terug te lezen op tuchtrecht.overheid.nl, en wie er een paar leest, ziet hoe vaak het om verslaglegging en communicatie gaat in plaats van om de medische handeling zelf.

