De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) heeft op 15 oktober 2026 een aangescherpte brochure uitgebracht over seksueel grensoverschrijdend gedrag in de zorgrelatie. De titel zegt het al: Het mag niet, het mag nooit. Het is een scherpere versie van eerdere publicaties en richt zich vooral op werkgevers, die volgens de inspectie nog meer moeten doen. ZorgKrant zette de aanbevelingen op een rij. Maar wat betekent het als jij op de afdeling of in de wijk iets ziet of hoort dat niet klopt? Dan wil je weten wat je moet melden, bij wie, en wat er daarna met je melding gebeurt.
Wat de inspectie onder seksueel grensoverschrijdend gedrag verstaat
De brochure gaat over gedrag van een zorgverlener richting een cliënt, patiënt of jeugdige. Onder zorgverlener valt iedereen die in dienst of in opdracht van een zorgaanbieder werkt. De inspectie noemt onder meer seksueel contact, iemand aanzetten tot seksuele handelingen (ook via videobellen), foto’s of video’s maken van een (deels) ontklede patiënt, onnodige aanrakingen of zoenen, onnodige ontkleding en inwendig of uitwendig onderzoek dat niet nodig is of waarvoor geen toestemming is gevraagd.
Belangrijk voor wie twijfelt over een collega die zegt dat het “van twee kanten” kwam. Volgens de inspectie verandert instemming van de cliënt niets. Ook als een cliënt het initiatief neemt of aandringt, blijft seksueel getint gedrag grensoverschrijdend, omdat er door de afhankelijkheid altijd een ongelijke verhouding is. Dat geldt ook na het einde van de behandeling, binnen wat de inspectie de afkoelingsperiode noemt. Hoe lang die duurt, hangt af van hoe intensief de zorgrelatie was en hoe kwetsbaar de cliënt is. Beroepscodes en interne protocollen zijn daarbij het uitgangspunt. Wie aan de beroepscode voor verpleging en verzorging denkt, herkent die lijn.
Twee meldroutes die je moet kennen
Wat de brochure vooral duidelijk maakt, en wat in de berichtgeving onderbelicht blijft, is dat niet elk grensoverschrijdend gedrag juridisch hetzelfde is. Dat bepaalt welke melding jouw werkgever bij de inspectie moet doen.
Gedrag dat valt onder seksuele handelingen of seksueel binnendringen zoals de Wet seksuele misdrijven die omschrijft, is volgens de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) geweld in de zorgrelatie. Dat moet de zorgaanbieder verplicht bij de IGJ melden, ook als het binnen de afkoelingsperiode gebeurt. In de jeugdhulp regelt de Jeugdwet hetzelfde, en daar valt ook gedrag richting een ouder onder de meldplicht. Doet de zorgaanbieder die melding niet, dan kan de inspectie een bestuurlijke boete opleggen.
Seksueel getinte berichten of opmerkingen vallen in de meeste gevallen niet onder die wettelijke definitie. De inspectie noemt het wel uiterst onprofessioneel en geen goede zorg. Leidt het tot ontslag, dan volgt een melding van ontslag wegens disfunctioneren. In andere gevallen kan de werkgever een zogenoemde andere melding doen. Hetzelfde kan gelden voor strafbaar gedrag in de privésfeer dat de patiëntveiligheid raakt.
Dat onderscheid is niet bedoeld om berichten minder ernstig te maken. Het laat zien dat ook “alleen appjes” via jouw interne melding bij de inspectie kunnen belanden, en dat is precies waarom je ze niet moet laten liggen.
Wat jij als medewerker doet
De meldplicht bij de IGJ ligt bij de zorgaanbieder, niet bij jou persoonlijk. Jouw route loopt via de interne procedure. Elke zorgaanbieder is verplicht een procedure te hebben voor het melden van incidenten, en daarin moet volgens de inspectie staan hoe medewerkers omgaan met seksueel grensoverschrijdend gedrag én met vermoedens daarvan. Die procedure moet gelden voor gedrag van collega’s, maar ook voor gedrag van een cliënt richting een andere cliënt.
Het woord vermoedens is hier het belangrijkste. In de brochure staat een zin van een zorgverlener die veel collega’s zullen herkennen: “Ik weet het niet zeker en wil niemand vals beschuldigen.” Je hoeft het niet zeker te weten om intern te melden. Onderzoek en vaststelling zijn de taak van je werkgever, niet van jou. Vraag dus na waar de meldprocedure in jouw organisatie staat en wie het aanspreekpunt is, voordat je het nodig hebt.
Werk je als zzp’er, uitzendkracht of gedetacheerde? Dan valt het gedrag van jou en van je collega’s ook onder de meldplicht van de zorgaanbieder waar je werkt. Het maakt voor de inspectie niet uit wie de loonstrook betaalt.
Als de melding intern niet goed wordt opgepakt
Gebeurt er niets met je melding, dan kun je zelf een signaal geven bij de inspectie. Wie een vermoeden van een misstand meldt, wordt beschermd door de Wet bescherming klokkenluiders, en het Huis voor Klokkenluiders geeft vertrouwelijk advies. Hoe die bescherming precies werkt en waar de grenzen liggen, lees je in ons stuk over misstanden melden als medewerker.
De inspectie verwacht verder dat werkgevers zelf een tuchtklacht indienen tegen een BIG-geregistreerde zorgverlener die over de grens ging, en dat ze in overleg met het slachtoffer aangifte overwegen. Slachtofferhulp of het Centrum Seksueel Geweld kunnen daarbij adviseren. Na een veroordeling krijgt iemand volgens de inspectie vaak geen VOG meer voor werk in de zorg of de jeugdhulp. Dat sluit aan bij een andere aanbeveling, het verleden van nieuwe medewerkers altijd controleren via diploma’s, de verklaring omtrent gedrag, het BIG- of SKJ-register en referenties.
Wie de brochure leest, ziet een inspectie die vooral bestuurders aanspreekt. Toch staat of valt alles met de eerste melding van iemand op de werkvloer. Een procedure met lage drempels heeft alleen zin als er ook iemand is die de drempel over gaat.

