week 44 · elke week nieuwe artikeleneditie 2026.44
Reliashelder over bevoegdheid, bekwaamheid en scholing in de zorg
Praktijk & actualiteiten

Hepatitis B-vaccinatie en prikaccidenten, wat het nieuwe hepatitisplan betekent voor zorgmedewerkers

Sanne Willems
Sanne Willemskwaliteitsverpleegkundige · expert praktijk & actualiteiten
Injectiespuit op een blauwe ondergrond in een zorgomgeving

Het RIVM presenteerde op 5 oktober 2026 het nieuwe Nationaal Hepatitisplan 2026-2030, met als ondertitel “Op weg naar eliminatie”. Het is een bijgewerkte versie van het plan uit 2016, dat zijn doelen volgens het instituut niet allemaal heeft gehaald. Skipr schreef erover. Het plan richt zich vooral op opsporing en behandeling, maar voor wie in de zorg werkt is er een tweede kant. Hepatitis B is ook een beroepsrisico, en daar gelden eigen regels voor vaccinatie en voor wat er gebeurt na een prikaccident.

Wat het RIVM wil met het hepatitisplan

Volgens het RIVM hebben in Nederland ongeveer 59.000 mensen chronische hepatitis B, en wordt het aantal mensen met chronische hepatitis C geschat op 6.000 tot 25.000. Jaarlijks overlijden ongeveer 450 tot 500 mensen aan de gevolgen van hepatitis B of C. Het aantal nieuwe gevallen van hepatitis B is sinds de jaren tachtig sterk gedaald, en het RIVM schrijft dat toe aan vaccinatie van pasgeborenen, risicogroepen en zorgpersoneel.

Het plan vraagt om meer testen bij mensen uit landen waar hepatitis veel voorkomt, om betere voorlichting over de vaccinatieprogramma’s en om een centraal systeem dat bijhoudt hoeveel mensen na een diagnose worden behandeld en met welk resultaat. GGD’en, huisartsen, ziekenhuizen, de verslavingszorg en andere zorginstanties krijgen daarin een rol. Het plan sluit aan bij de doelen van de Wereldgezondheidsorganisatie om hepatitis als bedreiging voor de volksgezondheid uit te bannen.

Hepatitis B-vaccinatie als je werk een risico met zich meebrengt

Voor zorgmedewerkers is de vaccinatie tegen hepatitis B geregeld via de arboregels, niet via het hepatitisplan. Het Arboportaal van de overheid beschrijft de basis, die in artikel 4.91 van het Arbobesluit staat. Blijkt uit de risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) dat er een gezondheidsrisico is en bestaat er een werkzaam vaccin, dan moet de werkgever vaccinatie aanbieden. Dat geldt bijvoorbeeld als je in je werk met bloed of scherpe instrumenten in aanraking komt.

  • De vaccinatie mag de werknemer niets kosten, de kosten zijn voor de werkgever.
  • De bedrijfsarts adviseert de werkgever op basis van de risico-inventarisatie, en de vaccinatie valt onder zijn of haar verantwoordelijkheid.
  • De werknemer beslist zelf of hij zich laat vaccineren.
  • Vaccinatie komt naast andere maatregelen, zoals veilige naaldsystemen, en vervangt die niet.

Voor een specifieke groep gaat het verder. Het LCI van het RIVM onderscheidt zogeheten risicovormers, zorgverleners die handelingen uitvoeren met een grote kans op bloed-bloedcontact, zoals ingrepen met scherpe instrumenten in een lichaamsholte of wond. Volgens de richtlijn preventie van transmissie van hepatitis B door risicovormend medisch personeel (vierde editie van 6 april 2021, organisatorisch bijgewerkt op 28 augustus 2025) moet elke risicovormer gevaccineerd zijn tegen hepatitis B, met controle van de respons via een antistofbepaling. Werkgever en werknemer zijn er samen verantwoordelijk voor dat de hepatitis B-status bekend is en wordt bijgehouden, met de bedrijfsarts erbij en met inachtneming van de privacyregels. Wie na vaccinatie onvoldoende antistoffen aanmaakt, een non-responder, mag volgens de richtlijn risicovormende handelingen blijven doen als hij elk kwartaal wordt getest en die uitslagen negatief zijn.

Wat je doet na een prikaccident

Een prik met een gebruikte naald, een snijwond met een besmet instrument of bloed op je slijmvliezen heet een accidenteel bloedcontact. De stappen staan in de Landelijke Richtlijn Prikaccidenten van het LCI. In het kort ziet de volgorde er zo uit.

  1. Direct de wond spoelen en desinfecteren.
  2. Het accident melden volgens het prikaccidentenprotocol van je organisatie, zodat het risico snel wordt beoordeeld.
  3. De aard van het accident bepalen. Bloed op intacte huid geeft volgens de richtlijn geen risico, een prik met een intramusculair gebruikte naald met zichtbaar bloed geldt als hoog risico.
  4. Je eigen beschermingsstatus tegen hepatitis B nagaan. Ben je aantoonbaar beschermd na vaccinatie, dan zijn er bij een laagrisicoaccident geen maatregelen tegen hepatitis B nodig.
  5. Waar mogelijk de bron onderzoeken. Bij een hoogrisicoaccident wil de richtlijn de uitslag van de hiv-test bij de bron liefst binnen twee uur en die van hepatitis B liefst binnen 24 uur.

Wie welke stap uitvoert en welke behandeling eventueel volgt, bepaalt de arts die het accident beoordeelt. Die snelheid is de reden dat je het protocol van je eigen organisatie moet kennen voordat je het nodig hebt. Om dezelfde reden is het verstandig om te weten of je hepatitis B-vaccinatie en de antistofcontrole in je dossier bij de bedrijfsarts staan, want stap 4 gaat veel sneller als dat al vastligt.

Wat je nu kunt nagaan

Het hepatitisplan verandert niets aan de regels voor jouw werk, maar het is een goed moment om een paar dingen te controleren. Weet je of je gevaccineerd bent tegen hepatitis B en of de respons is gecontroleerd? Weet je waar het prikaccidentenprotocol van je afdeling staat en wie je buiten kantooruren belt? En werk je als risicovormer, is dan met je werkgever en de bedrijfsarts afgesproken hoe je status wordt bijgehouden? Heb je vragen over je eigen situatie, dan is de bedrijfsarts het eerste aanspreekpunt.

Sanne Willems
kwaliteitsverpleegkundige
Sanne Willems

Sanne vertaalt regels naar de werkvloer: protocollen, scholingsplannen en bekwaamheid aantoonbaar maken. Ze houdt het praktisch en denkt vanuit wat een team op een gewone dienstdag echt kan bijhouden.

sanne@relias.nl · Meer van Sanne Willems →