week 44 · elke week nieuwe artikeleneditie 2026.44
Reliashelder over bevoegdheid, bekwaamheid en scholing in de zorg
Praktijk & actualiteiten

Nederlandse jongeren in zorg in het buitenland: welke regels er gelden

Sanne Willems
Sanne Willemskwaliteitsverpleegkundige · expert praktijk & actualiteiten
Gepakte koffer in een lege gang

Jarenlang zijn Nederlandse jongeren met gedragsproblemen naar jeugdzorgplekken in het buitenland gestuurd waar onvoldoende toezicht was. De Volkskrant zette op 26 oktober op een rij wat er misging. Het bekendste voorbeeld is Huize Soria, een gezinshuis bij Valencia waar in twintig jaar ruim tweehonderd Nederlandse kinderen verbleven en waar jongeren volgens getuigenissen structureel mentaal en fysiek werden mishandeld. Huize Soria noemt de beschuldigingen onwaar, de Spaanse overheid sloot het huis omdat een vergunning ontbrak. Ook over Franse gastgezinnen kwamen ernstige verhalen naar buiten. Voor wie in de jeugdbescherming of jeugdhulp werkt, roept dit een directe vraag op. Welk toezicht hoort er te zijn, wat kan de inspectie, en wanneer moet jij iets melden?

Hoe een plaatsing in het buitenland hoort te verlopen

Een jeugdbeschermer kan kiezen voor een plek in het buitenland als er volgens hem in Nederland geen passende zorg is. Branchevereniging Jeugdzorg Nederland noemt als voorbeelden een jongere die uit een crimineel netwerk moet, of een tiener die door loverboys wordt achtervolgd. Zo’n plaatsing moet vooraf worden voorgelegd aan de Centrale Autoriteit Internationale Kinderaangelegenheden. Die vraagt toestemming aan het land waar de opvang is, en dat land laat zijn eigen inspectie toezicht houden. Binnen de Europese Unie is die voorafgaande toestemming vastgelegd in de Brussel II-ter-verordening.

Het probleem dat de Volkskrant beschrijft, zit in die eerste stap. Gemeenten, jeugdbeschermers en jeugdzorginstellingen meldden de plaatsingen niet altijd. Dan weet het andere land van niets, en de Nederlandse Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) zegt niet verantwoordelijk te zijn voor jeugdzorg over de grens. Het gevolg is een gat in het toezicht, dat de Vereniging van Nederlandse Gemeenten volgens de krant een wezenlijk hiaat noemt. Er is zelfs geen overzicht van hoeveel kinderen de afgelopen jaren in het buitenland zijn geplaatst.

Wat de inspectie wel en niet kan

De IGJ houdt toezicht op Nederlandse jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen, de organisaties die kinderbeschermingsmaatregelen uitvoeren. Op een gezinshuis in Spanje heeft de Nederlandse inspectie geen grip. Wat ze wel kan, is de Nederlandse organisatie aanspreken die de jongere daar plaatste en de buitenlandse autoriteiten informeren.

Dat laatste gebeurde in deze zaak maar één keer. Volgens minister Mirjam Sterk (Jeugdzorg) kreeg de IGJ in 2016 een melding over Huize Soria en informeerde de inspectie toen de Spaanse autoriteiten. Na latere signalen gebeurde dat niet. In 2022 klaagden vijf jongeren bij de Amsterdamse Kinderombudsman, die onder meer de inspectie en de betrokken zorgorganisatie Driestroom inlichtte. Driestroom stopte de samenwerking en vanuit Amsterdam gingen er geen kinderen meer heen. Jeugdbeschermingsorganisatie Save, actief in Utrecht en Flevoland, bleef volgens de krant wel kinderen plaatsen en meldde die plaatsingen niet vooraf. Op aandringen van de inspectie onderzocht een onafhankelijk bureau de buitenlandplaatsingen van Save. Dat rapport wordt deze week verwacht.

De minister heeft gemeenten en jeugdbescherming opgedragen voorlopig geen jongeren meer in het buitenland te plaatsen. Ze wil voor het eind van oktober weten hoeveel kinderen organisaties naar het buitenland hebben gestuurd. Jongeren van wie de veiligheid niet gegarandeerd is, moeten worden teruggehaald, en ze werkt aan regels waarbij jeugdzorg in het buitenland alleen bij hoge uitzondering en via de verplichte procedure mag.

Wanneer jij moet melden

Voor professionals is de belangrijkste les dat de meldplicht niet bij de grens ophoudt waar jouw verantwoordelijkheid doorloopt. De Jeugdwet verplicht in artikel 4.1.8 jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen om onverwijld aan de inspectie te melden als er een calamiteit of geweld heeft plaatsgevonden bij het verlenen van jeugdhulp of bij het uitvoeren van een kinderbeschermingsmaatregel. Ook de individuele jeugdhulpverlener moet daarbij de gegevens verstrekken die nodig zijn om de melding te onderzoeken. Een ondertoezichtstelling of voogdij loopt door als een jongere in het buitenland verblijft. Hoort de gecertificeerde instelling dat een jongere daar wordt mishandeld, dan gaat het dus om de uitvoering van haar eigen maatregel.

Wie binnen je organisatie de melding bij de inspectie doet, staat in de interne procedure. Jouw taak is om signalen vast te leggen en door te geven, ook als je ze alleen van horen zeggen hebt, bijvoorbeeld uit een telefoongesprek met de jongere of van een ouder. Hoe je signalen van mishandeling weegt en bij wie je ze neerlegt, lees je in ons stuk over signalen van mishandeling in de jeugdzorg. Blijft je organisatie stil terwijl jij een misstand ziet, dan heb je als medewerker ook de route van het Huis voor Klokkenluiders. Wat die bescherming inhoudt, staat in ons stuk over misstanden melden als zorgmedewerker.

Wat je in je eigen werk kunt controleren

Wie betrokken is bij een plaatsing buiten Nederland, of een jongere in begeleiding heeft die daar verblijft, kan een paar dingen nagaan. Is de plaatsing vooraf gemeld bij de Centrale Autoriteit, en is er toestemming van het andere land? Wie bezoekt de jongere ter plaatse, en hoe vaak? En kan de jongere vrijuit iemand bereiken? Dat laatste is minder vanzelfsprekend dan het lijkt. Jeugdstem, de organisatie van de vertrouwenspersonen in de jeugdzorg, zegt volgens de Volkskrant dat ze met alleen online contact niet kan garanderen dat jongeren in het buitenland vrij kunnen praten.

De zaak laat vooral zien hoe toezicht verdwijnt als iedereen aanneemt dat een ander het regelt. De gemeente koopt de zorg in, de jeugdbeschermer plaatst, de inspectie wijst naar het buitenland, het buitenland weet van niets. Voor een professional is de les niet ingewikkeld. Als je twijfelt of iemand het toezicht heeft, ga er dan niet van uit dat het geregeld is, maar vraag het na en leg vast wat je hoort.

Sanne Willems
kwaliteitsverpleegkundige
Sanne Willems

Sanne vertaalt regels naar de werkvloer: protocollen, scholingsplannen en bekwaamheid aantoonbaar maken. Ze houdt het praktisch en denkt vanuit wat een team op een gewone dienstdag echt kan bijhouden.

sanne@relias.nl · Meer van Sanne Willems →