Opnieuw zijn er meer mensen overleden door een valongeluk. Het Centraal Bureau voor de Statistiek telde in 2025 iets meer dan 7800 doden na een val, tegen ruim 7300 een jaar eerder, meldde Skipr eind september. Ruim drie op de vier van hen waren 80 jaar of ouder. Voor iedereen die werkt in de verpleeghuiszorg, de thuiszorg of op een afdeling met veel ouderen zijn dat geen abstracte cijfers. Wat zeggen ze, en wat vraagt valpreventie van jou als zorgmedewerker?
Wat de nieuwe cijfers laten zien
Het CBS rekent een val als doodsoorzaak wanneer iemand struikelt, uitglijdt of per ongeluk valt en daar binnen dertig dagen aan overlijdt. Per 100.000 inwoners overleden er in 2025 43 mensen aan een valongeluk. In 2024 waren dat er bijna 41, en in 2015 ruim 20. In verhouding tot de bevolking is het aantal in tien jaar dus meer dan verdubbeld.
Het CBS wijt die stijging aan de vergrijzing. Er zijn meer mensen op hoge leeftijd, en juist daar slaat een val het hardst toe. Vrouwen die aan een val overleden waren gemiddeld 87 jaar, mannen gemiddeld 83. Slechts 2 procent was jonger dan 60. De grootste stijging zit bij 90-plussers. Van de vrouwen boven de 90 overleed in 2025 2,1 procent door een val, tegen 1 procent in 2016. De meeste dodelijke valpartijen gebeuren in de wintermaanden, als gladheid een rol speelt.
Daarnaast meldde kenniscentrum VeiligheidNL dat in 2025 124.000 mensen van 65 jaar en ouder na een val op de spoedeisende hulp belandden. In bijna 80 procent van die gevallen ging het om ernstig letsel. VeiligheidNL vraagt ouderen tijdens de landelijke Valpreventieweek om met een vragenlijst hun eigen valrisico te testen. Meer daarover staat op de pagina over valpreventie van VeiligheidNL.
Waarom ouderen vallen
Een val heeft zelden één oorzaak. Kennisprogramma Zorg voor Beter van Vilans verdeelt de oorzaken in twee groepen. De eerste groep zit in de persoon zelf, zoals duizeligheid, slechte mobiliteit, een verstoord evenwicht, slecht zien of horen, dementie, verwardheid, verkeerd medicijngebruik en angst om te vallen. De tweede groep zit in de omgeving en de spullen eromheen, zoals medicijnen en alcohol, slecht passende loophulpmiddelen of schoenen, losse kleedjes, natte vloeren, te weinig licht en ontbrekende leuningen.
Zorg voor Beter wijst er ook op dat bijna de helft van de valongevallen bij 65-plussers in en om het huis gebeurt, vooral in de badkamer en het toilet en meestal door struikelen. Nu ouderen langer thuis wonen, komt een groot deel van de valpreventie dus terecht bij de wijkverpleging en de thuiszorg.
Wat valpreventie van jou vraagt
Je hoeft geen specialist te zijn om een groot verschil te maken. Zorg voor Beter beschrijft de rol van de zorgmedewerker vooral als signaleren en doorverwijzen.
- Let op signalen van een verhoogd valrisico, zoals een cliënt die zich vastgrijpt aan meubels, onzeker loopt, duizelig is bij opstaan of recent is gevallen.
- Kijk met de cliënt naar de woning of de kamer. Losse kleedjes, snoeren, een slecht verlichte gang of sloffen zonder hiel zijn kleine dingen met grote gevolgen.
- Bespreek met de cliënt hoe een val te voorkomen is, en verwijs bij een verhoogd risico door naar de huisarts of de praktijkondersteuner voor een uitgebreidere valrisicoscreening.
- Geef veranderingen in medicatie, mobiliteit of gedrag door aan de collega die het zorgplan bijhoudt, zodat het valrisico daarin staat.
Een val telt ook als er geen letsel is. Zorg voor Beter definieert een val als plotseling en onvrijwillig op de grond terechtkomen. Juist die vallen zonder gevolgen zijn een waarschuwing, want een cliënt die vaker valt, gaat volgens Zorg voor Beter ook sterker achteruit in zelfstandigheid en mobiliteit.
Melden en vastleggen
Valt een cliënt, dan meld je dat via het interne systeem voor incidenten van je organisatie. Dat is geen formaliteit. Uit die meldingen blijkt of er op een afdeling of in een wijk een patroon is, bijvoorbeeld rond medicatie of tijdens de nacht. De Wkkgz verplicht zorgaanbieders om zo’n meldsysteem te hebben, zoals we uitleggen in ons stuk over de Wkkgz.
Leidt een val tot de dood of tot ernstige schade, en hangt dat samen met de kwaliteit van de zorg, dan kan het gaan om een calamiteit die de zorgaanbieder moet melden bij de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd. Wie die melding doet en wat jouw rol daarin is, lees je in ons artikel over een calamiteit melden.
Bedhekken en vrijheid
Valpreventie kan schuren met de vrijheid van de cliënt. Bedhekken, een sensor die alarm slaat of een stoel waar iemand niet zelf uit kan komen, worden soms ingezet om vallen te voorkomen. Bij cliënten met dementie of een verstandelijke beperking kunnen zulke maatregelen onder de Wet zorg en dwang vallen, met eigen regels over afweging, toestemming en evaluatie. In ons artikel over de Wet zorg en dwang staat hoe dat stappenplan werkt. Een maatregel die het vallen voorkomt maar de cliënt zijn bewegingsvrijheid afneemt, is dus nooit vanzelfsprekend.
De stijgende cijfers maken valpreventie een van de onderwerpen waar zorgmedewerkers dagelijks het verschil kunnen maken. Niet met grote ingrepen, maar met opletten, doorvragen en het risico vastleggen waar collega’s het zien. Met de winter voor de deur, de periode waarin de meeste dodelijke valpartijen gebeuren, is dit een goed moment om het valrisico van je cliënten opnieuw te bekijken.

