week 44 · elke week nieuwe artikeleneditie 2026.44
Reliashelder over bevoegdheid, bekwaamheid en scholing in de zorg
Praktijk & actualiteiten

Meer abortussen bij meisjes onder de vijftien: wat het IGJ-verslag je vraagt

Sanne Willems
Sanne Willemskwaliteitsverpleegkundige · expert praktijk & actualiteiten
Jeugdverpleegkundige in gesprek op een spreekkamer

Het aantal abortussen bij meisjes jonger dan vijftien jaar is in 2025 fors gestegen. Dat blijkt uit de jaarrapportage over de Wet afbreking zwangerschap die de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd op 12 oktober publiceerde. Vakmedium Skipr zette de cijfers op een rij. Voor wie met jongeren werkt, roept het vooral de vraag op wat er van jou verwacht wordt als je zo’n situatie tegenkomt.

Wat de inspectie meldt

In 2025 ondergingen 163 meisjes onder de vijftien een abortus. Een jaar eerder waren dat er 65, dus het aantal is ruim tweeënhalf keer zo hoog. In de zes jaar daarvoor lag het aantal ongeveer tussen de vijftig en iets meer dan honderd. Bij tieners van vijftien tot en met negentien jaar was de stijging kleiner, 6 procent, maar het gaat daar om grotere aantallen, 2918 in 2025.

In totaal werden er volgens de IGJ 39.931 zwangerschapsafbrekingen uitgevoerd, 1,25 procent meer dan in 2024. Voor het eerst zijn er ook cijfers over de abortuspil bij de huisarts. In het eerste jaar schreven 126 huisartsen die pil in totaal 339 keer voor. Om dat te mogen doen, moeten huisartsen eerst een scholing volgen. Een verklaring voor de stijgingen geeft de inspectie nadrukkelijk niet.

Wat dit van jou vraagt

Een zwangerschap bij een heel jong meisje roept vragen op over de omstandigheden waarin die is ontstaan. Dat maakt het een situatie waarin de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling in beeld komt. Elke zorgprofessional werkt met zo’n meldcode, en die bestaat uit vijf stappen. Je brengt signalen in kaart, je overlegt met een deskundige collega of met Veilig Thuis, je gaat in gesprek met de cliënt, je weegt de situatie en je beslist of melden en of hulp bieden nodig is. Hoe dat in de praktijk loopt, lees je in ons artikel over de meldcode in de zorg.

De meldcode van V&VN is op één punt heel stellig. Gaat het om een minderjarige of zwangere zorgvrager en is er sprake van acute of structurele onveiligheid, dan volgt altijd een melding bij Veilig Thuis. Bij twijfel is overleg met een aandachtsfunctionaris of met Veilig Thuis de eerste stap, niet zelf alles uitzoeken.

Daarnaast speelt de Wgbo. Bij een cliënt tussen twaalf en zestien jaar is voor een behandeling zowel de toestemming van de jongere als die van de ouders nodig. De wet maakt een uitzondering als de behandeling kennelijk nodig is om ernstig nadeel te voorkomen, of als de jongere de behandeling na een weigering van de ouders weloverwogen blijft wensen. Ook je beroepsgeheim blijft gelden. Bij een vermoeden van kindermishandeling heb je een wettelijk meldrecht bij Veilig Thuis, ook zonder toestemming, maar je deelt alleen wat voor die melding nodig is. Meer daarover staat in ons stuk over het beroepsgeheim.

Waarom de cijfers ertoe doen

De inspectie krijgt haar cijfers van ziekenhuizen, abortusklinieken en huisartsen, en kan er geen oorzaak aan koppelen. Dat maakt het des te belangrijker dat professionals die met jonge meisjes werken, van jeugdarts tot wijkverpleegkundige, scherp blijven op signalen. Een getal in een jaarverslag zegt niets over één meisje, maar elk meisje in dat getal is ergens langs een zorgverlener gegaan.

Sanne Willems
kwaliteitsverpleegkundige
Sanne Willems

Sanne vertaalt regels naar de werkvloer: protocollen, scholingsplannen en bekwaamheid aantoonbaar maken. Ze houdt het praktisch en denkt vanuit wat een team op een gewone dienstdag echt kan bijhouden.

sanne@relias.nl · Meer van Sanne Willems →