week 44 · elke week nieuwe artikeleneditie 2026.44
Reliashelder over bevoegdheid, bekwaamheid en scholing in de zorg
Praktijk & actualiteiten

Afbouw van de gesloten jeugdzorg: wat verandert er voor jeugdzorgprofessionals

Sanne Willems
Sanne Willemskwaliteitsverpleegkundige · expert praktijk & actualiteiten
Jeugdzorgmedewerker in gesprek met een collega in een woonkamer van een kleine groep

De gesloten jeugdzorg krimpt verder. Op 1 juli 2026 waren er nog 467 plekken, 12 procent minder dan een jaar eerder, blijkt uit cijfers van de Nederlandse Zorgautoriteit waarover Skipr berichtte. Er verbleven op dat moment 330 jongeren, een daling van 23 procent. De zorg verschuift richting kleinschalige opvang, met steeds meer groepen van zes jongeren of minder. Het doel is de gesloten jeugdzorg tegen 2030 helemaal af te bouwen.

Gesloten jeugdzorg (JeugdzorgPlus) 1 juli 2026 Verschil met 1 juli 2025
Capaciteit 467 plekken min 12 procent
Geplaatste jongeren 330 min 23 procent

Voor wie in deze sector werkt, roept dat vragen op over het eigen werk. Blijven de regels hetzelfde in een kleine groep? Wat gebeurt er met je registratie als je overstapt naar een andere woonvorm? En wat als de alternatieven er nog niet zijn?

Kleiner betekent niet minder streng

De afbouw gaat over de omvang van de gesloten jeugdhulp, niet over de wettelijke basis. Een jongere mag alleen in een gesloten accommodatie worden opgenomen met een machtiging van de kinderrechter. Volgens artikel 6.1.2 van de Jeugdwet kan die alleen worden verleend als jeugdhulp nodig is vanwege ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen, als de opname nodig en geschikt is om te voorkomen dat de jongere zich aan de hulp onttrekt, en als er geen minder ingrijpende mogelijkheden zijn.

Dat geldt net zo goed voor een groep van vijf als voor een groep van twintig. Werk je straks in een kleinschalige gesloten voorziening, dan blijven de regels rond de machtiging, vrijheidsbeperkende maatregelen en de meldplicht voor geweld en calamiteiten van toepassing. Wat die meldplicht inhoudt, lees je in ons stuk over signalen van mishandeling in de jeugdzorg.

Je registratie hangt aan je werk, niet aan de setting

Jeugdzorgprofessionals zijn meestal geregistreerd in het Kwaliteitsregister Jeugd (SKJ) of, bij onder meer gezondheidszorgpsychologen en orthopedagogen-generalist, in het BIG-register. Volgens het Nederlands Jeugdinstituut zijn beide in de Jeugdwet erkend als beroepsregister, en wie in het ene staat hoeft zich niet ook in het andere in te schrijven. Voor sommige functies is registratie verplicht. Dat volgt uit de norm van verantwoorde werktoedeling in het Besluit Jeugdwet, die aanbieders vraagt hun werk in beginsel door geregistreerde professionals te laten doen, met ruimte om daar gemotiveerd van af te wijken. Wie geregistreerd is, valt bovendien onder tuchtrecht.

Belangrijk voor wie overweegt over te stappen is dat die registratie aan jou en je beroep hangt, niet aan een gesloten setting. Wie van een gesloten groep naar een open kleinschalige woonvorm of naar ambulante hulp gaat, neemt zijn registratie mee. Herregistreren moet je na een vaste periode hoe dan ook, en de eisen daarvoor staan op de website van je eigen register. Controleer ze als je van functie wisselt, zodat je niet aan het eind van de periode voor verrassingen staat. Dezelfde systematiek zie je bij de BIG-registratie, waarover we schreven in ons stuk over scholingsuren en werkervaring voor herregistratie.

Waar de afbouw knelt

De cijfers laten een sector zien die krimpt zoals gepland. Tegelijk blijft volgens Skipr de ontwikkeling en het gebruik van alternatieven achter. Een bestuurslid van de Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland zei eerder tegen Zorgvisie dat er vooral wordt gefocust op afbouwen, terwijl het gesprek over andere zorgvormen voor deze jongeren niet op gang komt.

Voor professionals betekent dat werk in groepen waar de jongeren met de zwaarste problematiek overblijven, terwijl collega’s elders nog zoeken naar wat er voor de rest in de plaats komt. Juist dan is het van belang dat de afspraken over wie wat doet helder zijn en dat je eigen deskundigheid aansluit bij de nieuwe groep. Een kleinere groep vraagt daarom niet minder vakmanschap. Het is de moeite waard om met je leidinggevende na te gaan welke scholing en begeleiding er bij de nieuwe opzet horen, en hoe de bereikbaarheid van een gedragswetenschapper of achterwacht is geregeld.

Sanne Willems
kwaliteitsverpleegkundige
Sanne Willems

Sanne vertaalt regels naar de werkvloer: protocollen, scholingsplannen en bekwaamheid aantoonbaar maken. Ze houdt het praktisch en denkt vanuit wat een team op een gewone dienstdag echt kan bijhouden.

sanne@relias.nl · Meer van Sanne Willems →