Kort antwoord. Ja, een doktersassistent mag injecteren, maar alleen in opdracht van een arts of een andere zelfstandig bevoegde, en alleen als hij of zij redelijkerwijs mag aannemen dat de handeling beheerst wordt. Een eigen bevoegdheid heeft de doktersassistent niet. Dat volgt rechtstreeks uit de Wet BIG, en de regels zijn strenger dan de dagelijkse routine in veel praktijken doet vermoeden.
Rond deze tijd van het jaar komt de vraag vanzelf op. In oktober staat in veel huisartsenpraktijken het griepvaccinatiespreekuur gepland, en een groot deel van de prikken wordt gezet door assistenten. Daarnaast zijn er de vaste injecties door het jaar heen, zoals vitamine B12 of een hormoonprik. Wie wil weten waar de grens ligt, moet een paar artikelen uit de wet naast elkaar leggen.
Injecteren is een voorbehouden handeling
Artikel 36 van de Wet BIG noemt een reeks handelingen die zo riskant zijn dat niet iedereen ze zomaar mag uitvoeren. Het geven van injecties staat in het vijfde lid. Zelfstandig bevoegd zijn daar onder meer de artsen, de tandartsen, de verloskundigen, de physician assistants en bepaalde verpleegkundig specialisten, voor zover de handeling binnen hun deskundigheidsgebied valt. De volledige lijst lees je in ons overzicht van voorbehouden handelingen.
De doktersassistent staat niet in die lijst. Het beroep heeft ook geen plek in het BIG-register, want artikel 3 van de wet noemt alleen beroepen als arts, verpleegkundige, fysiotherapeut en gezondheidszorgpsycholoog. Wat een doktersassistent aan voorbehouden handelingen doet, doet hij dus altijd op basis van een opdracht.
De drie voorwaarden uit artikel 35
Artikel 35 regelt wanneer iemand zonder eigen bevoegdheid een voorbehouden handeling toch beroepsmatig mag verrichten. Daarvoor moet aan drie voorwaarden tegelijk zijn voldaan.
- Er is een opdracht van iemand die zelf bevoegd is op grond van artikel 36, in de huisartsenpraktijk meestal de huisarts.
- De uitvoerder mag redelijkerwijs aannemen dat hij beschikt over de bekwaamheid die nodig is om de opdracht goed uit te voeren.
- Heeft de opdrachtgever aanwijzingen gegeven, dan houdt de uitvoerder zich daaraan.
Is aan die voorwaarden voldaan, dan is de doktersassistent volgens het tweede lid van artikel 35 bevoegd tot die ene handeling. Die bevoegdheid hangt dus aan de opdracht, niet aan het diploma. Een opdracht van een collega die zelf geen zelfstandige bevoegdheid heeft, zoals een praktijkondersteuner, is geen opdracht in de zin van de wet. Het verbod geldt alleen buiten noodzaak, in een acute noodsituatie ligt het anders.
Het woord bekwaam is hier geen formaliteit. Het betekent dat je de techniek beheerst, de risico’s kent en weet wat je doet als het misgaat, bijvoorbeeld bij een allergische reactie. Wie lang niet heeft geïnjecteerd of een nieuwe toedieningsvorm krijgt, hoort eerst te oefenen of zich te laten toetsen. Twijfel je, zeg dat dan. Over dat recht schreven we eerder in mag je een voorbehouden handeling weigeren als je je niet bekwaam voelt.
Wat de wet van de huisarts vraagt
De opdrachtgever draagt een eigen verantwoordelijkheid. Artikel 38 verbiedt een bevoegde om een ander opdracht te geven, tenzij hij redelijkerwijs mag aannemen dat de ander bekwaam is. Waar dat redelijkerwijs nodig is, moet de opdrachtgever ook aanwijzingen geven en zorgen voor toezicht en de mogelijkheid om tussen te komen. Voor een routineprik bij een bekende patiënt kan dat lichter zijn dan voor een eerste injectie met een nieuw middel, maar de huisarts moet in elk geval bereikbaar zijn als er iets misgaat.
In de praktijk leggen veel praktijken die afspraken vast in een werkinstructie of protocol, met daarin welke injecties de assistent zet, hoe de bekwaamheid is getoetst en wie er aanwezig moet zijn. De wet schrijft zo’n document niet letterlijk voor, maar het maakt achteraf wel aantoonbaar dat er een opdracht was en dat de bekwaamheid is nagegaan. Wij vinden dat de verstandige route, zeker in een praktijk waar meerdere huisartsen en waarnemers werken.
Voor verpleegkundigen geldt voor bepaalde handelingen functionele zelfstandigheid: zij werken wel in opdracht, maar zonder dat toezicht en tussenkomst door de opdrachtgever nodig zijn. Verzorgenden IG en doktersassistenten vallen niet onder deze regeling. Voor hen moeten toezicht en tussenkomst worden geregeld voor zover dat redelijkerwijs nodig is. Zie de beroepen en handelingen in het Besluit functionele zelfstandigheid.
Welke injecties gaat het om
De wet maakt geen onderscheid tussen een griepprik, een vitamine B12-injectie of een andere intramusculaire of subcutane injectie. Ze vallen allemaal onder hetzelfde artikel. Hoe je een intramusculaire injectie stap voor stap zet en waar je op let, lees je in intramusculair injecteren, stappen en bevoegdheid. Rond de griepvaccinatie spelen daarnaast eigen afspraken voor zorgmedewerkers, die we beschreven in het stuk over de griepprik voor zorgmedewerkers.
Wat er gebeurt als het niet klopt
Een doktersassistent valt niet onder het tuchtrecht van de Wet BIG, omdat het beroep niet in het register staat. Dat betekent niet dat er niets kan gebeuren. Artikel 97 maakt het strafbaar om te handelen in strijd met het verbod uit artikel 35 of artikel 38. Dat geldt dus voor een assistent die zonder geldige opdracht injecteert, en ook voor een arts die opdracht geeft aan iemand van wie hij niet mag aannemen dat die bekwaam is. De huisarts valt bovendien zelf wel onder het tuchtrecht en kan daar op zijn keuzes worden aangesproken.
Kortom, injecteren als doktersassistent is gewoon mogelijk en gebeurt dagelijks. Het rust alleen op drie pijlers die alle drie overeind moeten staan, een duidelijke opdracht van een bevoegde, aantoonbare bekwaamheid en een arts die bereikbaar is. Valt een van die drie weg, dan valt ook de bevoegdheid weg.

