Je krijgt de vraag om een sonde in te brengen, een subcutane injectie te geven of een blaaskatheter te plaatsen, en je weet eigenlijk al dat je die handeling niet beheerst. Misschien heb je hem één keer in een opleiding gezien, misschien is het jaren geleden. Mag je dan nee zeggen? Volgens de Wet BIG is het antwoord niet alleen ja. Wie redelijkerwijs niet mag aannemen dat hij bekwaam is, mag de handeling in opdracht helemaal niet uitvoeren. Dit artikel loopt langs wat de wet precies zegt, wat de opdrachtgever moet doen en hoe je een weigering zo aanpakt dat de cliënt er niet de dupe van wordt.
Wat de Wet BIG zegt over handelen in opdracht
De voorbehouden handelingen staan in artikel 36 van de Wet BIG. Denk aan injecties, katheterisaties, puncties en heelkundige handelingen. Alleen artsen, tandartsen en verloskundigen zijn zelfstandig bevoegd (voor zover de wet het per handeling toewijst), en voor sommige handelingen ook de verpleegkundig specialist of physician assistant. Alle anderen, ook verpleegkundigen en verzorgenden IG, mogen een voorbehouden handeling alleen verrichten in opdracht.
Artikel 35 van de Wet BIG op wetten.overheid.nl stelt daar drie voorwaarden aan. De opdracht komt van iemand die zelf bevoegd is. Je volgt de aanwijzingen van die opdrachtgever, als die er zijn. En je mag redelijkerwijs aannemen dat je beschikt over de bekwaamheid die nodig is om de opdracht behoorlijk uit te voeren. Is aan een van die voorwaarden niet voldaan, dan geldt het verbod uit het eerste lid gewoon. Je bent dan niet bevoegd.
Dat maakt de vraag in de kop eigenlijk andersom. Het gaat niet om de vraag of je mag weigeren, maar om de vraag of je mag uitvoeren. Zonder bekwaamheid is het antwoord nee. Artikel 97 van dezelfde wet maakt handelen in strijd met dat verbod zelfs strafbaar, met hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de tweede categorie. Er is één uitzondering in de wettekst, namelijk een noodsituatie. Het verbod geldt “buiten noodzaak”, dus wie in een acute situatie iets doet omdat er niemand anders is, valt daar niet onder.
Bevoegd en bekwaam zijn twee verschillende dingen
In de praktijk lopen die twee begrippen vaak door elkaar. Bevoegd zijn gaat over wat de wet je toestaat. Bekwaam zijn gaat over wat je kunt, met kennis en vaardigheid die je hebt geleerd en bijgehouden. Op relias.nl staat een uitgebreide uitleg over bevoegd en bekwaam in de zorg, maar voor deze vraag is één punt belangrijk. De wet legt de beoordeling van bekwaamheid deels bij jou zelf. Jij moet “redelijkerwijs mogen aannemen” dat je het kunt.
Dat geldt zelfs voor de zelfstandig bevoegden. Artikel 35a bepaalt dat ook een arts alleen bevoegd is voor zover hij redelijkerwijs mag aannemen dat hij bekwaam is. Bekwaamheid is dus voor iedereen in de keten een voorwaarde, niet alleen voor wie onderaan staat.
Een diploma of een handtekening op een bekwaamheidslijst is daarbij een aanwijzing, geen garantie. Heb je een handeling lang niet gedaan, of gaat het om een situatie die afwijkt van wat je kent (een andere cliëntengroep, ander materiaal, een complicatie), dan kan het eerlijke antwoord zijn dat je op dit moment niet bekwaam bent. Wij vinden dat een volwassen professionele afweging, en de wet ziet het net zo.
Wat de opdrachtgever moet doen
De verantwoordelijkheid ligt niet alleen bij jou. Artikel 38 van de Wet BIG verbiedt de bevoegde om een opdracht te geven, tenzij hij redelijkerwijs mag aannemen dat jij bekwaam bent. Waar dat nodig is, moet hij bovendien aanwijzingen geven en zorgen dat toezicht en tussenkomst voldoende geregeld zijn. Ook dat verbod is strafbaar gesteld in artikel 97.
Een arts die een opdracht geeft aan iemand die aangeeft het niet te kunnen, overtreedt dus zelf de wet als hij doorzet zonder toezicht of instructie te regelen. Je weigering helpt hem in feite om binnen de regels te blijven.
Daarnaast heeft de zorgaanbieder een eigen plicht. Volgens artikel 3 van de Wkkgz organiseert de zorgaanbieder de zorg zo, en zet hij personeel zo in, dat dit redelijkerwijs leidt tot goede zorg. Dat is ook de grond waarop instellingen bekwaamheidsprotocollen, scholing en toetsing regelen. Een werkgever die structureel mensen inroostert voor handelingen die ze niet beheersen, heeft dus een organisatorisch probleem dat hij zelf moet oplossen.
Zo pak je een weigering aan
De wet zegt niets over de manier waarop je nee zegt. Toch zijn er een paar dingen die in de praktijk verschil maken, vooral voor de cliënt die op de handeling wacht.
- Zeg het direct en zo vroeg mogelijk tegen de opdrachtgever of je leidinggevende, zodat er tijd is om iemand anders te vragen.
- Wees concreet over wat je niet beheerst. “Ik heb nog nooit een suprapubische katheter gewisseld” is bruikbaarder dan “dat doe ik liever niet”.
- Bied aan wat je wel kunt. Misschien kun je de handeling voorbereiden, of onder direct toezicht uitvoeren als de opdrachtgever dat kan regelen.
- Leg vast in het dossier of de overdracht dat de handeling door een collega is overgenomen, zodat de zorg voor de cliënt doorloopt.
- Vraag om scholing of een begeleid oefenmoment als het om een handeling gaat die je vaker zult tegenkomen.
Het onderscheid tussen een bekwaamheidsvraag en een gewone werkopdracht blijft wel belangrijk. Deze regels gaan over voorbehouden handelingen. Voor andere taken, zoals een extra dienst of een andere afdeling, gelden de afspraken uit je arbeidsovereenkomst en cao, en daar geeft de Wet BIG geen antwoord op.
Tuchtrecht en verantwoordelijkheid achteraf
Wie een voorbehouden handeling uitvoert zonder bekwaam te zijn, riskeert meer dan een strafbepaling. Verpleegkundigen en andere beroepen die in artikel 47 van de Wet BIG staan, vallen onder het tuchtrecht. Het tuchtcollege kijkt dan of je hebt gehandeld zoals een behoorlijk beroepsbeoefenaar betaamt. Het argument dat de arts het vroeg, weegt daarbij niet zwaar als je zelf wist dat je het niet kon. Voor verzorgenden IG ligt dat anders, omdat zij niet in die opsomming staan. Daarover lees je meer in het artikel over verzorgenden IG en het tuchtrecht.
Een concreet voorbeeld van hoe de opdrachtregel uitpakt, staat in de uitleg over de vraag of een verzorgende IG insuline mag geven. Ook voor studenten die in de stage voorbehouden handelingen leren, gelden dezelfde voorwaarden, zie injecteren en katheteriseren tijdens je stage.
De kern blijft eenvoudig. Een eerlijk “dit kan ik nu niet” is geen gebrek aan inzet. Het is precies wat de Wet BIG van je vraagt.

