Ja, een doktersassistent mag een uitstrijkje maken, en in de meeste huisartsenpraktijken is zij degene die het doet. Het RIVM zegt het tegen deelnemers aan het bevolkingsonderzoek ook letterlijk, je kunt het uitstrijkje door een vrouwelijke doktersassistent laten maken. Toch is het antwoord niet zo kaal als dat ja. Er gelden eisen, maar ze komen niet uit de Wet BIG. Ze komen uit de afspraken rond het bevolkingsonderzoek en uit de verantwoordelijkheid van de huisarts.
Waarom de Wet BIG hier geen drempel opwerpt
De Wet BIG regelt in de artikelen 35 tot en met 39 welke handelingen zo riskant zijn dat alleen bepaalde beroepen ze zelfstandig mogen uitvoeren, en wie ze in opdracht mag doen. Dat zijn de voorbehouden handelingen, zoals injecties, katheterisaties, puncties en heelkundige handelingen. Een uitstrijkje staat daar niet tussen. Het inbrengen van een speculum en het afnemen van cellen van de baarmoederhals is geen injectie, geen punctie en geen ingreep met een snijdend instrument. Welke handelingen er wel onder vallen, zetten we op een rij in ons stuk over de veertien voorbehouden handelingen.
Dat betekent dat er geen opdracht in de zin van artikel 38 nodig is, zoals bij een injectie wel. Hoe dat bij injecteren in de huisartsenpraktijk werkt, lees je in ons stuk over de doktersassistent en injecteren. Bij een uitstrijkje ontbreekt die wettelijke laag. Het is daarmee niet een handeling die iedereen zomaar mag doen. Wie hem uitvoert, moet hem beheersen, en de huisarts moet dat kunnen laten zien.
Waar de eisen dan wel vandaan komen
Voor het bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker is het Uitvoeringskader Bevolkingsonderzoek Baarmoederhalskanker van het RIVM het belangrijkste document. De huidige versie is 7.0, van juni 2026. Volgens het RIVM is de inhoud bindend voor iedere professional die bij de uitvoering betrokken is. De huisartspraktijk is daarin verantwoordelijk voor de anamnese en de afname van het uitstrijkje, en werkt met de screeningsorganisatie samen op basis van zakelijke voorwaarden.
| Eis | Wat het inhoudt |
|---|---|
| Scholing | De praktijk schoolt doktersassistenten volgens de NHG-Praktijkhandleiding Baarmoederhalskanker |
| Basisscholing | Beginnende uitstrijkers volgen de basisscholing cervixscreening van de screeningsorganisatie, met praktijktraining op fantomen |
| Certificaat | Pas na de volledige scholing inclusief e-learning volgt een certificaat met accreditatiepunten |
| Ervaring | De huisarts of doktersassistent neemt minimaal tien uitstrijkjes per jaar af |
| Materiaal | Verschillende formaten specula, sterilisatie alleen in een autoclaaf, uitstrijkmateriaal van het screeningslaboratorium |
Bron voor de tabel is het Uitvoeringskader, versie 7.0 (juni 2026), paragraaf 6.2.2 en de bijlage met kwaliteitseisen voor de huisartspraktijk.
Naast de basisscholing bestaan er een vervolgscholing voor ervaren doktersassistenten, een opfriscursus en een algemene e-learning. De inhoud wordt beheerd door de screeningsorganisatie en gedeeld door onder meer de NVDA, het NHG en het RIVM, zodat iedere uitstrijker dezelfde scholing krijgt.
Wie de verantwoordelijkheid draagt
De doktersassistent is geen BIG-geregistreerd beroep en valt daarom niet onder het wettelijke tuchtrecht. De huisarts is als zorgverlener en praktijkhouder verantwoordelijk voor wat er in de praktijk gebeurt, ook voor taken die hij delegeert. Hij moet zich ervan vergewissen dat zijn medewerkers bekwaam zijn, en dat lukt alleen als de scholing en het aantal uitstrijkjes per jaar zijn vastgelegd. Een certificaat in het personeelsdossier is in de praktijk het bewijs.
Voor de doktersassistent zelf geldt hetzelfde principe als bij elke handeling. Voel je je niet bekwaam, bijvoorbeeld omdat je lang geen uitstrijkje hebt gemaakt, dan zeg je dat. Lukt het afnemen niet, dan noemt het uitvoeringskader de mogelijke stappen. Een andere doktersassistent of de huisarts probeert het, de deelnemer kiest voor de zelfafnameset, of de huisarts verwijst naar de gynaecoloog. Bij die laatste stap wijst de praktijk de deelnemer erop dat er mogelijk eigen risico aan verbonden is.
Buiten het bevolkingsonderzoek
Komt een vrouw met klachten, zoals bloedverlies na het vrijen, dan is het uitstrijkje geen screening meer maar diagnostiek. Het RIVM raadt mensen met klachten aan niet op de volgende uitnodiging te wachten maar naar de huisarts te gaan. In zo een situatie hoort de huisarts te beoordelen wat er nodig is. Of de doktersassistent daarna het uitstrijkje maakt, is een afspraak binnen de praktijk, die het best in een werkinstructie staat. Daarin hoort ook te staan wie de uitslag met de vrouw bespreekt en wie beslist over vervolgonderzoek.
Wie meer wil weten over wat een doktersassistent verder mag en doet, vindt dat in het stuk wat is een doktersassistent.

