Het Dijklander Ziekenhuis in Hoorn en Purmerend en Noordwest Ziekenhuisgroep in Alkmaar en Den Helder hebben voor het eerst samen iemand aan het werk. Het gaat om een verpleegkundige op de spoedeisende hulp die sinds begin oktober in beide ziekenhuizen diensten draait en die zelf kan inroosteren. Dat meldde het Noordhollands Dagblad, zoals Groot-Waterland vandaag samenvat. De bedoeling is dat er meer medewerkers volgen. Wie dat overweegt, staat voor een praktische vraag. Als ik vandaag in een ziekenhuis werk waar ik niet in dienst ben, wie regelt dan mijn opdracht, mijn bekwaamheid en de protocollen waaraan ik me moet houden?
Hoe het delen is opgezet
De verpleegkundige werkt via FlexZo, een regionaal platform van zorginstellingen in Noord-Holland Noord. Volgens de eigen uitleg van FlexZo heb je een contract bij een van de deelnemende zorgorganisaties en krijg je daar ook je salaris van. Na je proeftijd kun je via een app reageren op diensten bij de andere instellingen. Het platform beslaat ouderenzorg, gehandicaptenzorg en ziekenhuizen.
Juridisch is dat een belangrijk detail. Je hebt een werkgever, maar je verleent zorg bij twee zorgaanbieders. En de wetten die over goede zorg en over bevoegdheid gaan, kijken niet naar je loonstrook maar naar de plek waar je de zorg verleent.
Het ziekenhuis waar je die dienst werkt is verantwoordelijk
De Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) legt de verantwoordelijkheid voor goede zorg bij de zorgaanbieder. Werk je een dienst op de spoedeisende hulp van het andere ziekenhuis, dan is dat ziekenhuis op dat moment de zorgaanbieder voor de patiënten die je ziet. Artikel 3 verplicht het om de zorg zo te organiseren en het personeel zo in te zetten dat dit redelijkerwijs leidt tot goede zorg.
Artikel 4 gaat specifiek over mensen zoals de gedeelde verpleegkundige. Een instelling moet zich er volgens lid 1, onderdeel a, van vergewissen dat de manier waarop zorgverleners in het verleden hebben gefunctioneerd, niet in de weg staat aan hun inzet. Dat geldt voor iedereen die zorg verleent aan haar cliënten, niet alleen voor eigen personeel. Onderdeel b gaat verder. Wie niet in dienst is, mag alleen zorg verlenen als er een schriftelijke overeenkomst is die waarborgt dat hij zich houdt aan de wettelijke verplichtingen van die zorgaanbieder en aan de regels die zij over de zorgverlening heeft vastgesteld.
Voor jou betekent dat in gewone taal dat je in het tweede ziekenhuis werkt volgens de protocollen van dat ziekenhuis, niet volgens die van je eigen werkgever. Dat klinkt vanzelfsprekend, maar op een spoedeisende hulp kunnen de verschillen er net toe doen. Denk aan het triagesysteem, de afspraken over wie welke medicatie klaarmaakt of de werkwijze bij een reanimatie. Vraag daarom voor je eerste dienst welke protocollen gelden en waar je ze vindt.
Lid 4 van hetzelfde artikel zegt iets wat je niet over het hoofd moet zien. De overeenkomst neemt de verantwoordelijkheid niet over die voor jou uit je eigen professionele standaard volgt. Het ziekenhuis regelt de randvoorwaarden, maar jij blijft verantwoordelijk voor hoe je je werk doet. Als verpleegkundige val je daarbij ook in het tweede ziekenhuis onder het tuchtrecht van de Wet BIG.
Wie de opdracht geeft voor voorbehouden handelingen
De Wet BIG regelt wie voorbehouden handelingen mag uitvoeren. Een verpleegkundige doet de meeste daarvan in opdracht van een arts. Artikel 35 eist dat er een opdracht is van iemand die zelf bevoegd is, dat je redelijkerwijs mag aannemen dat je bekwaam bent en dat je je houdt aan eventuele aanwijzingen. Artikel 38 legt de opdrachtgever op dat hij voor toezicht en tussenkomst zorgt waar dat nodig is, en dat hij redelijkerwijs mag aannemen dat jij het kunt.
In het tweede ziekenhuis komt die opdracht dus van de arts die daar de patiënt behandelt. Die arts kent jou meestal niet. Hij moet kunnen vertrouwen op de manier waarop het ziekenhuis jouw bekwaamheid heeft vastgesteld. Daarom is de vraag hoe dat ziekenhuis dat doet niet alleen jouw zaak maar ook die van de arts die je de opdracht geeft. Voor een aantal handelingen hebben verpleegkundigen een eigen, functionele zelfstandigheid. Wat daaronder valt, lees je in ons stuk over functionele zelfstandigheid.
Je bekwaamheid gaat niet automatisch mee
Een bekwaamheidsverklaring is een instrument van je werkgever. De Wet BIG kent haar niet. Het ziekenhuis waar je een dienst draait, moet zelf kunnen verantwoorden dat je bekwaam bent voor wat je daar doet. Een verklaring van je eigen werkgever is daarvoor een sterke aanwijzing, maar geen automatische vrijbrief. Hoe die verklaringen werken en waarom ze een momentopname zijn, lees je in ons stuk over de geldigheid van een bekwaamheidsverklaring.
Juist bij een regionaal platform ligt een slimme oplossing voor de hand, namelijk afspraken tussen de deelnemende ziekenhuizen over het wederzijds erkennen van toetsingen. Of en hoe Dijklander en Noordwest dat geregeld hebben, meldt het bericht niet. Vraag het dus na voordat je de eerste dienst draait. Vraag ook of je in het andere ziekenhuis een inwerkdienst krijgt en wie je aanspreekpunt is als je twijfelt of je een handeling daar mag doen.
Los daarvan blijft de toets van artikel 35 bij jou liggen. Je moet redelijkerwijs mogen aannemen dat je bekwaam bent. Ken je de apparatuur niet, of werkt het andere ziekenhuis met een pomp of een systeem dat je nog nooit gebruikte, dan ben je op dat punt nog niet bekwaam, ook al doe je dezelfde handeling thuis dagelijks. Dat zeggen is geen zwakte, het is wat de wet van je vraagt.
Wat het voor je registratie betekent
Voor je BIG-herregistratie maakt het niet uit in welk ziekenhuis je je uren maakt, zolang je werkt in je beroep en op het niveau van je opleiding. Uren in beide ziekenhuizen tellen mee voor de werkervaringseis. Hoe die eis precies werkt, staat in ons stuk over scholingsuren en de BIG-herregistratie. Inwerkdiensten, scholing en toetsen in het tweede ziekenhuis kun je bovendien vastleggen in je portfolio als je in het Kwaliteitsregister V&V staat.
Delen van personeel kan helpen om diensten rond te krijgen en geeft medewerkers meer regie over hun rooster. Het werkt alleen als beide ziekenhuizen helder hebben wie wat regelt. Voor de verpleegkundige die gaat rouleren komt het neer op drie vragen voor de eerste dienst. Welke protocollen gelden hier, hoe is mijn bekwaamheid hier vastgesteld, en bij wie meld ik me als ik twijfel.

