week 44 · elke week nieuwe artikeleneditie 2026.44
Reliashelder over bevoegdheid, bekwaamheid en scholing in de zorg
Bevoegd & bekwaam

Minder vrouwen kiezen de pil: wie mag anticonceptie voorschrijven of plaatsen?

Karin de Vries
Karin de Vriesverpleegkundige en praktijkopleider · expert bevoegd & bekwaam
Strip anticonceptiepillen naast een agenda op tafel

De pil is al lang niet meer de vanzelfsprekende keuze. Volgens de Monitor Seksuele Gezondheid van Rutgers, uitgevoerd met RIVM en CBS, daalde het pilgebruik onder vrouwen van 18 tot en met 49 jaar van 30 procent in 2017 naar 24 procent in 2023. Het spiraal ging in dezelfde periode van 17 naar 21 procent. Onder jonge vrouwen is de verschuiving nog groter. Uit het onderzoek Seks onder je 25e blijkt dat het spiraalgebruik bij meiden van 17 tot en met 24 jaar steeg van ongeveer 6 procent in 2012 naar 21 procent in 2023. Ongeveer een derde van de vrouwen die geen anticonceptie gebruikt, noemt het niet willen gebruiken van hormonen als reden.

Voor de praktijk betekent dat minder herhaalrecepten voor de pil en meer gesprekken over het spiraal, het staafje en de prikpil. En dat zijn juist de middelen waarbij een handeling hoort. Wie mag dan wat? Het antwoord verschilt per beroep en per middel.

Voorschrijven is een voorbehouden handeling

Hormonale anticonceptie is een geneesmiddel dat alleen op recept verkrijgbaar is. Het voorschrijven van zulke UR-geneesmiddelen staat in de Wet BIG op de lijst van voorbehouden handelingen. Zelfstandig bevoegd zijn de arts en de verloskundige. Volgens het ministerie van VWS mogen verloskundigen sinds 1 oktober 2015 alle hormonale anticonceptiemiddelen voorschrijven, dus de pil, het hormoonspiraal, het staafje, de prikpil, de pleister en de ring, meldde Vakblad Kraamzorg destijds. De beroepsvereniging KNOV vraagt daarbij afstemming met de huisarts over wat er is voorgeschreven.

De verpleegkundig specialist en de physician assistant zijn sinds 2012 zelfstandig bevoegd om onder voorwaarden geneesmiddelen voor te schrijven, maar alleen binnen hun eigen deskundigheidsgebied en volgens landelijke richtlijnen. Een verpleegkundig specialist die in een huisartsenpraktijk of op een poli gynaecologie werkt, valt daar anders onder dan een collega op de longafdeling.

De praktijkverpleegkundige, de praktijkondersteuner en de doktersassistent mogen niet voorschrijven. Ook de voorschrijfbevoegdheid van gespecialiseerde verpleegkundigen helpt hier niet. Die is volgens het NHG-overzicht van voorbehouden handelingen beperkt tot specifieke middelen binnen het eigen vak, zoals bloedglucoseregulerende middelen voor de diabetesverpleegkundige en inhalatiemedicatie voor de longverpleegkundige. Anticonceptie valt daar niet onder. Wat de regels voor verpleegkundigen in het algemeen zijn, lees je in ons stuk over medicijnen voorschrijven als verpleegkundige.

Per middel naast elkaar

Middel Voorschrijven De handeling zelf
Pil, pleister, ring Arts, verloskundige, verpleegkundig specialist of physician assistant binnen het eigen deskundigheidsgebied Geen handeling, de vrouw gebruikt het middel zelf
Prikpil Idem Een injectie. Verpleegkundigen zijn functioneel zelfstandig, doktersassistenten werken in opdracht en moeten bekwaam zijn
Hormoonspiraal Idem Plaatsen door arts of verloskundige die daarvoor bekwaam is
Implantatiestaafje Idem Plaatsen en verwijderen door arts of verloskundige die daarvoor bekwaam is

De tabel noemt bij de handelingen de beroepen met een eigen, algemene bevoegdheid. Voor de verpleegkundig specialist en de physician assistant hangt het af van het deskundigheidsgebied en de afspraken in de instelling. Het koperspiraal bevat geen hormonen en valt daarmee buiten de hormonale middelen in de eerste kolom. Voor het plaatsen gelden dezelfde eisen aan bevoegdheid en bekwaamheid als bij het hormoonspiraal.

De prikpil als voorbeeld van opdracht en bekwaamheid

Bij de prikpil komt het systeem van de Wet BIG het duidelijkst naar voren. Injecteren is een voorbehouden handeling. Een (praktijk)verpleegkundige is volgens het NHG functioneel zelfstandig bevoegd om te injecteren. Ze werkt in opdracht van de arts, maar toezicht en tussenkomst hoeven niet geregeld te zijn. Een doktersassistent is niet zelfstandig bevoegd. Zij mag de prikpil alleen geven als de arts de opdracht geeft, zij aantoonbaar bekwaam is, de arts zo nodig aanwijzingen geeft en toezicht en tussenkomst voldoende zijn geregeld. Hoe dat in de huisartsenpraktijk werkt, staat in ons artikel over injecteren door de doktersassistent.

Het NHG zegt er nog iets bij dat vaak wordt vergeten. Wie twijfelt aan de eigen bekwaamheid of vindt dat de instructies of het toezicht tekortschieten, moet de opdracht weigeren. En een doktersassistent mag een opdracht nooit doorgeven aan een collega. Dat moet de arts zelf doen.

Spiraal en staafje vragen bekwaamheid, ook van bevoegden

Bevoegd zijn betekent niet automatisch dat je het mag. Ook voor artsen en verloskundigen geldt “onbekwaam maakt onbevoegd”. Een huisarts die al jaren geen spiraal heeft geplaatst, of een verloskundige die net begint, moet eerst ervaring opdoen. De KNOV heeft daarvoor scholing en een implementatiepakket ontwikkeld, en verloskundigen kunnen zich in het kwaliteitsregister laten aantekenen voor anticonceptie.

Een praktijkondersteuner of doktersassistent heeft geen eigen bevoegdheid om een spiraal of staafje te plaatsen. Hun rol ligt bij voorlichting, het voorbereiden van de behandeling en de nazorg. Die rol wordt groter nu meer vrouwen twijfelen over hormonen. Uitleggen wat een koperspiraal anders doet dan een hormoonspiraal, of waarom de pil niet tegen soa’s beschermt, is geen voorbehouden handeling. Juist dat gesprek bepaalt vaak welk middel iemand kiest, en daarmee wie er daarna aan de slag moet.

Karin de Vries
verpleegkundige en praktijkopleider
Karin de Vries

Karin is verpleegkundige en begeleidt collega's bij voorbehouden en risicovolle handelingen. Ze weet uit de praktijk waar het verschil tussen bevoegd en bekwaam echt over gaat, en waar het misgaat.

karin@relias.nl · Meer van Karin de Vries →