De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) heeft een anesthesioloog uit Brabant een bestuurlijke boete opgelegd. Hij behandelde zonder vergunning ruim tweehonderd kinderen met navelstrengbloed, vooral kinderen met autisme. Dat meldde Omroep Brabant op 30 september 2026. De zaak draait om één arts, maar de vraag erachter geldt voor iedere zorgverlener. Welke regels gelden er als je een behandeling aanbiedt die buiten de gangbare zorg valt, en wat kan de inspectie doen als je die regels negeert?
Wat er in deze zaak gebeurde
De IGJ bracht de behandelingen in september 2025 al in een rapport naar buiten. Volgens Medisch Contact ging het om ongeveer 220 patiënten, onder wie zo’n tweehonderd kinderen, die in een periode van ongeveer twee jaar in een hotel in de regio Veldhoven werden behandeld. Het navelstrengbloed kwam uit een bloedbank in Slowakije en de arts werkte in opdracht van een buitenlandse partij. Naast kinderen met autisme werden ook kinderen en volwassenen met hersenverlamming of de gevolgen van een beroerte behandeld.
De inspectie verbood de behandelingen toen al. Wil de arts ze opnieuw uitvoeren, dan moet hij eerst laten zien dat hij een vergunning heeft. Nu volgt daar een boete bovenop. Een woordvoerder van de IGJ zegt tegen Omroep Brabant dat de boete is opgelegd “voor het uitvoeren van een behandeling waar hij geen vergunning voor heeft”. De inspectie noemde het bedrag niet. De Vereniging tegen de Kwakzalverij spreekt volgens de omroep van 8.375 euro.
Sinds 1 januari 2026 maakt de IGJ bestuurlijke boetes openbaar, met de naam van de betrokkene, de reden en het bedrag. Dat gebeurt op de website Toezichtdocumenten. Bij het schrijven van dit artikel was het boetebesluit in deze zaak daar nog niet terug te vinden. Een betrokkene krijgt vooraf bericht en kan eerst de rechter vragen de publicatie tegen te houden, dus het besluit kan later alsnog verschijnen.
Waarom hier een vergunning voor nodig was
De sleutel ligt in de Wet op bijzondere medische verrichtingen (Wbmv). Die wet wijst handelingen aan die je alleen met een vergunning van de minister van VWS mag uitvoeren. Het gaat om zorg die zeer complex is, veel vraagt van de organisatie eromheen of ethische vragen oproept. Transplantatie van cellen hoort daarbij. De IGJ beoordeelde het toedienen van navelstrengbloed in deze zaak als een celtransplantatie. De arts zelf zag het volgens Omroep Brabant als een infuusbehandeling, maar dat onderscheid maakt hij niet zelf.
Zo’n vergunning is in de praktijk voorbehouden aan gespecialiseerde ziekenhuizen. De minister liet in 2025 weten dat het onwaarschijnlijk is dat een individuele zorgverlener aan de eisen kan voldoen. Het systeem is daar ook op gebouwd. Het idee achter de Wbmv is dat dit soort zorg alleen plaatsvindt waar de kennis, de apparatuur en de nazorg geregeld zijn.
Welke regels gelden buiten de gangbare zorg
Een BIG-registratie geeft je bevoegdheden, maar geen vrijbrief om alles aan te bieden wat je technisch kunt uitvoeren. Bij een behandeling die afwijkt van wat gebruikelijk is, spelen meerdere wetten tegelijk.
- Wbmv. Staat de handeling op de lijst van bijzondere medische verrichtingen, dan is een vergunning nodig. Zonder vergunning is de behandeling verboden, hoe overtuigd je ook bent van het effect.
- WGBO. Je moet handelen als een goed hulpverlener, volgens de professionele standaard. De patiënt, of bij kinderen de ouders, moet vooraf eerlijk geïnformeerd worden, ook over het ontbreken van bewijs. Meer daarover lees je in ons stuk over wat de WGBO regelt.
- Wkkgz. De zorgaanbieder moet goede zorg leveren en dat ook kunnen aantonen. Een losse arts die op eigen titel behandelt, is zelf zorgaanbieder.
- WMO. Is de behandeling eigenlijk een vorm van onderzoek, dan valt die onder de Wet medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen. Dan is vooraf goedkeuring van een erkende medisch-ethische toetsingscommissie nodig.
Werk je in opdracht van een bedrijf of een buitenlandse kliniek, dan verschuift je verantwoordelijkheid niet naar die partij. Wie de handeling uitvoert, staat zelf in voor de vraag of het mag. Dat is de kern van bevoegd en bekwaam werken.
Wat de inspectie kan doen
De IGJ heeft verschillende middelen, van licht naar zwaar. Ze kan een zorgverlener of zorgaanbieder aanspreken, een aanwijzing geven, bij acuut gevaar een bevel opleggen, een last onder dwangsom opleggen of een bestuurlijke boete geven. In deze zaak zijn twee stappen gezet. Eerst een verbod om verder te behandelen, nu een boete voor wat er al gebeurd is. Hoe de inspectie werkt, staat uitgebreider in ons artikel over de IGJ.
Een bestuurlijke boete is iets anders dan een tuchtmaatregel. De boete valt onder het bestuursrecht en wordt door de inspectie zelf opgelegd. Het tuchtrecht loopt via het tuchtcollege, dat kan waarschuwen, berispen, een boete geven of een registratie doorhalen. De inspectie kan zelf een klacht indienen bij het tuchtcollege. Daarnaast kan het Openbaar Ministerie strafrechtelijk optreden. Die sporen staan los van elkaar en kunnen naast elkaar lopen. Of dat in deze zaak gebeurt, is uit de berichtgeving niet op te maken.
Wat je hieruit meeneemt
De meeste zorgverleners zullen nooit zelf een experimentele celbehandeling aanbieden. Toch is de les breder. Bij elke behandeling die buiten de standaard valt, loont het om drie vragen te stellen voordat je begint.
- Is voor deze handeling een vergunning of erkenning nodig, en heeft de organisatie waar je werkt die?
- Ben je bevoegd en bekwaam, en past de handeling binnen de professionele standaard van je beroepsgroep?
- Weet de patiënt precies wat hij krijgt, inclusief wat er niet bewezen is?
Twijfel je, leg de vraag dan voor aan je beroepsvereniging of aan de IGJ zelf, en wacht met behandelen tot het antwoord er is. Een verbod en een boete achteraf zijn voor een zorgverlener vervelend. Voor patiënten die een onbewezen behandeling kregen zonder de waarborgen van een vergunning, staat er meer op het spel.

