Het tuchtrecht in de zorg gaat op de schop. Minister Mirjam Sterk (Langdurige Zorg, Jeugd en Sport) schrijft in de Verzamelbrief Wet BIG 2026 van 7 oktober dat ze kiest voor een nieuwe koers. De tuchtrechter moet zich voortaan richten op ernstig of herhaaldelijk tekortschieten, en leren van fouten hoort in de eerste plaats binnen de zorgorganisatie thuis. Skipr meldde het nieuws op 8 oktober. Voor iedereen met een BIG-registratie is het goed om te weten wat er nu geldt, wat de minister wil en vooral wat er op dit moment nog niet verandert.
Wat er nu geldt volgens de Wet BIG
Het tuchtrecht staat in hoofdstuk VII van de Wet BIG. Artikel 47 bepaalt wie eronder valt. Dat zijn de beroepen met een inschrijving in het BIG-register, namelijk arts, tandarts, apotheker, gezondheidszorgpsycholoog, psychotherapeut, fysiotherapeut, verloskundige, verpleegkundige, physician assistant, orthopedagoog-generalist en klinisch technoloog. Volgens de Kamerbrief gaat het om ongeveer 400.000 zorgmedewerkers. Wie niet in het register staat, zoals een verzorgende IG, valt niet onder dit tuchtrecht. Daarover schreven we eerder in ons stuk over verzorgenden en de Wet BIG.
De wet kent twee tuchtnormen. De eerste gaat over handelen of nalaten in strijd met de zorg die je als beroepsbeoefenaar hoort te geven aan de patiënt, iemand in nood of hun naasten. De tweede is ruimer en gaat over handelen in strijd met wat een behoorlijk beroepsbeoefenaar betaamt. Een klacht komt eerst bij een regionaal tuchtcollege, hoger beroep loopt via het Centraal Tuchtcollege. Artikel 48 noemt de maatregelen, van een waarschuwing en een berisping tot een geldboete, schorsing van ten hoogste een jaar, gedeeltelijke ontzegging van de bevoegdheid, doorhaling van de inschrijving en het opleggen van bijzondere voorwaarden.
In de praktijk betekent dit dat vrijwel elke klacht over je beroepsuitoefening bij de tuchtrechter terecht kan komen, ook als het gaat om een communicatieprobleem of een fout die voortkwam uit hoe het werk in een team geregeld was.
Wat de minister wil veranderen
Eind 2025 ontving de Kamer de evaluatie van het tuchtrecht door ZonMw. Die schetste twee scenario’s. Het eerste is doorgaan met het huidige stelsel en zowel de corrigerende als de lerende werking verbeteren. Het tweede is een nieuwe koers waarin de lerende functie wordt losgelaten en het tuchtrecht vooral corrigeert. De minister kiest voor dat tweede scenario. Ze schrijft dat het tuchtrecht het functioneren van zorgmedewerkers niet onnodig mag belemmeren en dat zorgmedewerkers het nu ervaren als een juridische prikkel die tot onzekerheid kan leiden.
Beroepsvereniging V&VN, die al jaren voor deze koers pleit, geeft in haar reactie voorbeelden van wat bij de tuchtrechter zou blijven, zoals (seksueel) grensoverschrijdend gedrag, drank- of drugsmisbruik, diefstal en ernstigere fouten. Lichtere klachten zouden intern bij de zorgaanbieder worden behandeld, waar ook naar organisatorische oorzaken gekeken kan worden. Voorzitter Bianca Buurman wijst erop dat verpleegkundigen steeds vaker in teams werken, onder hoge werkdruk, terwijl ze als BIG-geregistreerde wel individueel verantwoordelijk kunnen worden gehouden. “Hier hebben we jarenlang voor gepleit”, zegt ze. Volgens V&VN steunde in 2021 ruim 70 procent van de 6.000 geraadpleegde leden deze richting, en bij een peiling in mei 2026 was dat 80 procent.
Wat je nu nog niet hoeft te doen
Dit is een beleidskeuze, geen wetswijziging. De plannen moeten nog worden uitgewerkt en daarna in de Wet BIG worden vastgelegd. Er ligt geen wetsvoorstel en de brief noemt geen datum. Tot die tijd blijft alles zoals het is.
- Een klacht kan nog steeds bij het regionaal tuchtcollege worden ingediend, ook over minder ernstige zaken, en wordt volgens de huidige regels behandeld.
- De tuchtnormen en maatregelen uit artikel 47 en 48 gelden onverkort.
- Ook bij doorhaling van je inschrijving blijf je voor de periode dat je ingeschreven stond onder het tuchtrecht vallen.
Er verandert dus niets aan je dossiervoering, je verantwoordelijkheid voor je eigen bekwaamheid of de manier waarop je met incidenten omgaat. Wel is het verstandig om nu al te weten hoe de klachtenregeling van je eigen organisatie werkt. Als lichtere klachten straks intern worden afgehandeld, wordt die route belangrijker. De bestaande regels daarvoor staan in de Wkkgz, en hoe die procedure verloopt lees je in ons artikel over de Wkkgz-klachtprocedure.
Waar het in de uitwerking om gaat draaien
De richting is duidelijk, de details nog niet. Een paar vragen zullen in de uitwerking beantwoord moeten worden. Waar ligt de grens tussen een ernstige en een lichte klacht, en wie bepaalt dat? Wat gebeurt er met een patiënt die vindt dat zijn klacht intern niet goed is opgepakt? En hoe wordt voorkomen dat een interne klachtroute per organisatie heel verschillend uitpakt? V&VN geeft zelf ook aan dat patiënten hun klachten laagdrempelig moeten kunnen blijven indienen binnen de zorgorganisatie.
Wie nu met een tuchtklacht te maken heeft, kan bij de eigen beroepsvereniging terecht. V&VN verwijst haar leden naar een gratis hulplijn en naar de site openovertuchtrecht.nl. Hoe een zaak nu van begin tot eind verloopt, staat in ons overzicht van een tuchtzaak. We houden de uitwerking van de nieuwe koers in de gaten en schrijven erover zodra er een wetsvoorstel ligt.

