Een collega die een klacht krijgt bij het tuchtcollege, een melding over een fout met medicatie, een discussie op de afdeling over wie waarvoor verantwoordelijk is. Op zulke momenten vragen veel verzorgenden IG zich af of het tuchtrecht ook voor hen geldt. Het korte antwoord is nee, niet het wettelijke tuchtrecht van de Wet BIG. Maar dat betekent niet dat je nergens op kunt worden aangesproken. Hieronder lees je wat de wet precies zegt en welke regels wel op jou van toepassing zijn.
Wie valt onder het tuchtrecht van de Wet BIG
Het tuchtrecht staat in artikel 47 van de Wet BIG. Daar staat dat degene die in een register is ingeschreven in een van de genoemde hoedanigheden, onderworpen is aan tuchtrechtspraak. De wet noemt elf beroepen (arts, tandarts, apotheker, gezondheidszorgpsycholoog, psychotherapeut, fysiotherapeut, verloskundige, verpleegkundige, physician assistant, orthopedagoog-generalist en klinisch technoloog). Dat zijn precies de beroepen waarvoor artikel 3 van dezelfde wet een register instelt.
De koppeling is dus de inschrijving in het BIG-register. Wie daarin staat, kan voor het tuchtcollege worden gebracht. Wie er niet in staat, niet. De tuchtcolleges zeggen het zelf ook zo op hun pagina met veelgestelde vragen. Met klachten over andere zorgverleners, zoals een doktersassistent of een diëtist, kun je volgens die pagina niet bij een tuchtcollege voor de gezondheidszorg terecht. In dezelfde lijst noemen de tuchtcolleges nog twee beroepen die via een tijdelijke regeling in een register staan, de bachelor medisch hulpverlener en de geregistreerd-mondhygiënist.
Het tuchtrecht kijkt naar twee dingen. Ten eerste naar handelen of nalaten dat in strijd is met de zorg die je hoort te geven aan een patiënt, aan iemand in nood of aan de naasten van die mensen. Ten tweede naar ander handelen dat in strijd is met wat een behoorlijk beroepsbeoefenaar betaamt. Hoe zo’n procedure verloopt en welke maatregelen een college kan opleggen, lees je in ons stuk over tuchtrecht in de gezondheidszorg.
Waarom de verzorgende IG er niet onder valt
De verzorgende IG is geen artikel 3-beroep maar een zogeheten artikel 34-beroep. Artikel 34 van de Wet BIG regelt dat bij algemene maatregel van bestuur de opleiding tot een beroep kan worden geregeld, met een omschreven deskundigheidsgebied en een beschermde opleidingstitel. Wie die opleiding heeft afgerond, mag de titel voeren, en anderen mogen dat niet. Een inschrijving in het BIG-register hoort daar niet bij.
Zonder inschrijving is er geen tuchtrecht, want artikel 47 hangt aan die inschrijving. Een klacht over een verzorgende IG zal een tuchtcollege dus niet in behandeling nemen. Dat is het grote verschil met de verpleegkundige, die je vaak naast je hebt op de afdeling. Meer over waar die twee beroepen uit elkaar lopen staat in het artikel over het verschil tussen verzorgende IG en verpleegkundige.
Eerlijk gezegd vinden we dat onderscheid in de praktijk minder groot dan het op papier lijkt. Je werkt met dezelfde patiënten, vaak met dezelfde handelingen, en de verwachtingen van collega’s en familie zijn niet kleiner omdat er geen tuchtcollege achter je staat.
Waar je als verzorgende IG wel op kunt worden aangesproken
Buiten het tuchtrecht gelden er nog genoeg regels die rechtstreeks over jouw werk gaan. Een paar op een rij.
- Voorbehouden handelingen. Volgens artikel 35 van de Wet BIG mag je een voorbehouden handeling alleen doen in opdracht van iemand die daartoe zelfstandig bevoegd is, als je redelijkerwijs mag aannemen dat je bekwaam bent en als je de aanwijzingen van de opdrachtgever volgt. Wie dat verbod overtreedt, is volgens artikel 97 strafbaar. Dat is strafrecht, geen tuchtrecht.
- Schade aan de gezondheid. Artikel 96 van de Wet BIG maakt het strafbaar om bij handelingen op het gebied van de individuele gezondheidszorg buiten noodzaak de gezondheid van een ander te benadelen of daar een aanmerkelijke kans op te veroorzaken. Dat artikel geldt voor iedereen die zulke handelingen verricht, met of zonder registratie.
- Klachten via de zorgaanbieder. De Wkkgz verplicht zorgaanbieders tot een klachtenregeling. Een cliënt of familielid die ontevreden is over jouw zorg, komt daar terecht. In ons stuk over de Wkkgz lees je hoe dat werkt.
- Toezicht door de inspectie. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd houdt toezicht op de zorg die een organisatie levert, en daarmee ook op hoe verzorgenden werken. Meer daarover in wat de IGJ doet.
- Je werkgever en je beroepscode. Afspraken over bekwaamheid, protocollen en verantwoordelijkheden liggen in je arbeidsrelatie vast. Daarnaast is er een beroepscode voor verpleegkundigen en verzorgenden, die we hebben uitgewerkt in de beroepscode voor de verzorgende IG.
En als je samenwerkt met een verpleegkundige of arts
Werk je in opdracht van een arts, dan valt die opdrachtgever wel onder het tuchtrecht. Artikel 38 van de Wet BIG zegt dat een opdrachtgever alleen een opdracht tot een voorbehouden handeling mag geven als hij redelijkerwijs mag aannemen dat jij bekwaam bent, en als aanwijzingen, toezicht en de mogelijkheid tot tussenkomst waar nodig geregeld zijn. Gaat daar iets mis, dan kan een klacht zich richten op de geregistreerde zorgverlener die de opdracht gaf of het toezicht had.
Dat legt geen verantwoordelijkheid bij een ander die eigenlijk bij jou ligt. Twijfel je of je een handeling goed kunt uitvoeren, dan is dat precies het moment om het te zeggen. Onbekwaam betekent volgens de wet niet bevoegd, ook voor iemand die niet in het register staat. In wat de Wet BIG betekent voor de verzorgende IG lees je hoe werken in opdracht verder in elkaar zit.
Kort samengevat
Het wettelijke tuchtrecht geldt alleen voor zorgverleners die in het BIG-register staan, en de verzorgende IG hoort daar niet bij. Je titel is wel beschermd en de regels over voorbehouden handelingen, de strafbepalingen in de Wet BIG, de klachtenregeling van je werkgever en het toezicht van de inspectie gelden onverkort. Wil je weten hoe de wettekst er op dit moment uitziet, kijk dan zelf in artikel 3, 34 en 47 op wetten.overheid.nl, want daar staat altijd de geldende versie.

