week 44 · elke week nieuwe artikeleneditie 2026.44
Reliashelder over bevoegdheid, bekwaamheid en scholing in de zorg
Praktijk & actualiteiten

Wet en regelgeving bij medicatie toedienen

Sanne Willems
Sanne Willemskwaliteitsverpleegkundige · expert praktijk & actualiteiten
Wet en regelgeving bij medicatie toedienen
Het korte antwoord

Bij het toedienen van medicatie moet je bevoegd en bekwaam zijn en werken volgens een voorschrift van een arts en het protocol van je organisatie. De belangrijkste kaders zijn de Wet BIG, de zes juisten en afspraken over dubbele controle bij risicovolle medicatie. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd ziet toe op medicatieveiligheid.

Medicatie toedienen hoort bij het gewone werk, maar er zit een stevig kader van wet en regelgeving omheen. Dat is niet voor niets: medicatiefouten zijn een van de bekendste risico’s in de zorg. De regels helpen je om veilig te werken en om achteraf te kunnen laten zien dat je zorgvuldig bent geweest. Hieronder de belangrijkste kaders, van de wet tot de dagelijkse controles.

Bevoegd en bekwaam volgens de Wet BIG

De basis ligt in de Wet BIG. Die schrijft voor dat je voor het toedienen van medicatie bevoegd en bekwaam moet zijn. Bevoegd betekent dat je opleiding je het recht geeft om de handeling uit te voeren. Bekwaam betekent dat je die handeling op dit moment ook echt veilig beheerst. Voor risicovollere toedieningen, zoals een injectie, gelden de regels rond voorbehouden handelingen: die mag je alleen uitvoeren in opdracht van een bevoegde voorschrijver en als je bekwaam bent.

Het voorschrift als vertrekpunt

Medicatie geef je altijd op basis van een voorschrift van een arts of een andere bevoegde voorschrijver. Zonder voorschrift geen toediening. In de praktijk werk je meestal met een toedienlijst die uit het voorschrift voortkomt. Klopt er iets niet op die lijst, is een dosering onduidelijk of ontbreekt een gegeven, dan dien je niet toe maar overleg je eerst. Dat hoort bij zorgvuldig handelen.

De aanduiding bevoegde voorschrijver roept soms vragen op wanneer een verpleegkundige of verpleegkundig specialist een recept heeft opgesteld. Niet iedere functie heeft dezelfde positie. In de uitleg wanneer een verpleegkundige medicijnen mag voorschrijven worden de verschillende groepen en hun afbakening naast elkaar gezet. Dat helpt je om bij onduidelijkheid gericht te controleren wie het voorschrift heeft afgegeven en binnen welke rol.

De zes juisten

Een praktisch hulpmiddel dat in vrijwel elk protocol terugkomt zijn de zes juisten. Loop ze elke keer na:

  • De juiste cliënt: controleer wie je voor je hebt.
  • Het juiste medicijn: vergelijk met de toedienlijst.
  • De juiste dosis: klopt de hoeveelheid?
  • De juiste toedieningsweg: oraal, rectaal, via injectie of anders.
  • Het juiste tijdstip: geef op de afgesproken tijd.
  • De juiste registratie: leg vast wat je hebt gegeven.

Deze zes stappen zijn niet vrijblijvend. Ze vormen samen het minimale controlesysteem dat medicatiefouten helpt voorkomen.

Dubbele controle bij risicovolle medicatie

Voor risicovolle medicatie werken organisaties vaak met een dubbele controle: een tweede persoon controleert onafhankelijk wat je klaarmaakt of toedient. Welke medicijnen dubbel gecontroleerd moeten worden, staat in de afspraken van je eigen organisatie, vaak gebaseerd op landelijke lijsten. Medicatie die al door de apotheek is klaargezet in een baxterrol hoeft in veel gevallen niet opnieuw dubbel gecontroleerd te worden, omdat de eerste controle daar al heeft plaatsgevonden. Kijk dus altijd wat het protocol op jouw afdeling voorschrijft.

Toezicht en verantwoordelijkheid

De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) ziet toe op medicatieveiligheid en heeft daar normen voor opgesteld. Voor jou betekent dat: werk volgens het protocol, leg je handelingen vast en meld het als er iets misgaat. Een medicatiefout melden is geen zwaktebod maar onderdeel van veilig werken, want alleen zo kan een organisatie ervan leren. Je eigen verantwoordelijkheid blijft steeds overeind: ook met een voorschrift en een protocol mag je een toediening niet doen als je je niet bekwaam voelt of als er iets niet klopt.

Kort samengevat

Medicatie toedienen mag als je bevoegd en bekwaam bent, met een geldig voorschrift, volgens de zes juisten en met dubbele controle waar dat is afgesproken. De Wet BIG geeft het wettelijke kader, de IGJ houdt toezicht en je eigen protocol vult de details in. Bij twijfel overleg je, en de actuele afspraken check je bij je werkgever.

De regels rond medicatie zijn geen bureaucratie: elke controle staat er omdat er ooit iets is misgegaan dat je niet wilt herhalen.

Veelgestelde vragen

Mag ik medicatie toedienen zonder voorschrift?

Nee. Medicatie dien je altijd toe op basis van een voorschrift van een arts of andere bevoegde voorschrijver. Klopt er iets niet aan het voorschrift of de toedienlijst, dan overleg je eerst en dien je niet toe.

Wat zijn de zes juisten bij medicatie?

De juiste cliënt, het juiste medicijn, de juiste dosis, de juiste toedieningsweg, het juiste tijdstip en de juiste registratie. Deze zes controles loop je bij elke toediening na om fouten te voorkomen.

Welke medicatie moet dubbel gecontroleerd worden?

Dat is risicovolle medicatie, vastgelegd in de afspraken van je organisatie en vaak gebaseerd op landelijke lijsten. Medicatie uit een baxterrol hoeft meestal niet opnieuw dubbel gecontroleerd te worden. Volg het protocol op jouw afdeling.

Sanne Willems
kwaliteitsverpleegkundige
Sanne Willems

Sanne vertaalt regels naar de werkvloer: protocollen, scholingsplannen en bekwaamheid aantoonbaar maken. Ze houdt het praktisch en denkt vanuit wat een team op een gewone dienstdag echt kan bijhouden.

sanne@relias.nl · Meer van Sanne Willems →