Een patiënt krijgt in 2018 een nieuwe rechterknie, nadat dezelfde orthopedisch chirurg eerder al zijn linkerknie had vervangen. Daarna houdt hij last van zijn rechtervoet. Een tweede orthopedisch chirurg raadt in 2020 een voetoperatie af, en een ziekenhuis elders opereert hem in 2024 alsnog met succes. De man dient tegen beide artsen een tuchtklacht in, en ook tegen het ziekenhuis. Medisch Contact besprak de zaak op 13 oktober. Wij lazen de vier uitspraken zelf na, want juist in de details zit de les voor iedereen die in het BIG-register staat.
Hoe de zaak liep
Het Regionaal Tuchtcollege in Amsterdam verklaarde beide klachten op 25 april 2025 kennelijk ongegrond. Dat woord kennelijk betekent dat het college de klacht zo duidelijk ongegrond vond dat een uitgebreide behandeling niet nodig was. De patiënt ging in beroep. Het Centraal Tuchtcollege behandelde beide zaken op 19 augustus 2026 en deed op 14 september uitspraak. Het beroep werd in beide zaken verworpen. De uitspraken zijn openbaar, onder ECLI TGZCTG 2026 181 voor de knie en 180 voor de voet.
Bij de knie verweet de patiënt de chirurg dat die zijn been had rechtgezet zonder naar de stand van zijn voet te kijken. Het college volgde dat niet. De prothese wordt loodrecht op de beenas geplaatst en de knie werd teruggebracht in de stand van voor de slijtage. Volgens het college verklaart de stand van het been de voetklachten niet, al kan het zo zijn dat na een knieoperatie andere zwakke plekken, zoals een versleten enkel, zwaarder belast worden. Bij de voet ging het om een consult in december 2020, waarin de tweede chirurg adviseerde om niet te opereren maar door te gaan met pijnbestrijding en steunzolen.
Les één, je dossier is je verweer
De patiënt beweerde dat er bij dat consult geen nieuwe röntgenfoto was gemaakt. Het college kon dat eenvoudig weerleggen. Uit de stukken bleek dat er die ochtend rond half elf drie opnamen van zijn voet waren gemaakt. Uit het elektronisch patiëntendossier bleek bovendien dat de chirurg het dossier de dag ervoor had geopend om het consult voor te bereiden. Het verslag van het consult beschreef het lichamelijk onderzoek en de bevindingen op de foto’s. Daarmee was de klacht over onzorgvuldig onderzoek van tafel.
Hetzelfde geldt voor de knieoperatie. Het operatieverslag beschreef stap voor stap wat er was gedaan, inclusief de keuze voor een kleiner onderdeel en de aanpassing op basis van een proefplaatsing. Wie denkt dat verslaglegging vooral administratie is, ziet hier het tegendeel. Goede verslaglegging hoort ook bij de plichten uit de Wgbo, en het is in een tuchtzaak vaak het enige dat jouw herinnering bevestigt.
Les twee, een latere andere keuze bewijst geen fout
De patiënt werd in 2024 na een second opinion elders wel geopereerd, en dat ging goed. Toch vond het college dat de eerste chirurg in 2020 niet onjuist had gehandeld. Er was toen geen operatie-indicatie, de afwijkingen waren complex en een ingreep had volgens het Centraal Tuchtcollege flinke risico’s, gelet op bijkomende aandoeningen en de leeftijd van de patiënt. Dat een andere arts vier jaar later tot een andere conclusie kwam, zegt niets over het eerste advies, alleen al omdat de situatie in die tijd behoorlijk kan zijn veranderd. De chirurg besloot volgens het college ook terecht geen CT-scan te laten maken, omdat de patiënt dan zonder reden aan straling was blootgesteld.
De maatstaf is steeds dezelfde. Het tuchtcollege kijkt of je hebt gehandeld zoals een redelijk bekwame en redelijk handelende beroepsgenoot, met de professionele standaard van dat moment als kader. Achteraf beter weten is iets anders.
Les drie, een ziekenhuis is geen tuchtrechtelijke partij
De patiënt verweet ook het ziekenhuis dat het scholing en intercollegiale toetsing van zijn orthopeden niet op orde had. Dat deel van de klacht kwam niet eens inhoudelijk aan bod. Een tuchtklacht kan volgens de Wet BIG alleen tegen een BIG-geregistreerde zorgverlener worden ingediend. Een ziekenhuis is een rechtspersoon en staat niet in het register. De patiënt werd daarin dus niet-ontvankelijk verklaard. Klachten over een organisatie lopen via de klachtenregeling uit de Wkkgz.
In beroep stelde de patiënt ook dat de tweede chirurg een brief aan zijn huisarts had vervalst. Het Centraal Tuchtcollege zag daar niets van terug, de brief was gewoon gebaseerd op het verslag van het consult. Voor zover de patiënt in beroep nieuwe verwijten toevoegde, werd hij niet-ontvankelijk verklaard. In beroep kun je alleen klachten voorleggen die al bij het regionale college lagen.
Wat je hieraan hebt
Voor verpleegkundigen en andere BIG-geregistreerden is deze zaak minder ver weg dan het lijkt. De vragen die het college stelde, wat heb je onderzocht, wat heb je vastgelegd en waarom koos je zo, zijn voor elk beroep hetzelfde. Ook het verschil tussen tuchtrecht en andere procedures komt hier mooi naar voren, net als in de zaak waarin een arts zowel voor de strafrechter als de tuchtrechter stond. En terwijl het kabinet nadenkt over een smaller tuchtrecht, zoals we eerder schreven in ons stuk over de herziening, blijft de kern van elke tuchtzaak dezelfde. Wie zorgvuldig werkt en dat vastlegt, hoeft een klacht niet te vrezen.

