week 44 · elke week nieuwe artikeleneditie 2026.44
Reliashelder over bevoegdheid, bekwaamheid en scholing in de zorg
Praktijk & actualiteiten

Separeren in de ggz: wat de wet nu toestaat en wat MIND wil verbieden

Sanne Willems
Sanne Willemskwaliteitsverpleegkundige · expert praktijk & actualiteiten

MIND, de koepel van cliënten- en familieorganisaties in de ggz, wil dat eenzame opsluiting in de ggz bij wet wordt verboden. Skipr meldde de oproep op 7 oktober 2026. De aanleiding is de nieuwste rapportage van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ), waaruit blijkt dat dwang in de zorg opnieuw is toegenomen. Voor verpleegkundigen en andere professionals in de ggz roept dat een praktische vraag op. Wat staat de Wet verplichte ggz (Wvggz) nu eigenlijk toe als het gaat om separeren en insluiten, en wat wordt er van jou verwacht?

Wat MIND vraagt

MIND noemt de impact van insluiten, meestal in een separeerverblijf, enorm groot en spreekt van blijvende schadelijke gevolgen. De inspectie noemt verklaringen voor de stijging, zoals betere registratie, meer mensen met complexe problemen en personeelstekort. MIND vindt dat geen reden om het te accepteren. “Dit rechtvaardigt insluiten zonder begeleiding echter niet,” aldus de organisatie in Skipr. Daarnaast vraagt MIND de minister om voldoende middelen voor de aanjaagfunctie van de coalitie voorkomen verplichte zorg. Volgens Skipr werkt die coalitie aan een eenduidige minimale dataset en aan een nulmeting van het aantal klassieke separeercellen dat er nog is, met een plan om ze uit te faseren.

Het is niet de eerste keer dat MIND dit punt maakt. In mei 2025 bood de organisatie al een petitie tegen eenzame opsluiting aan Tweede Kamerleden aan. Of het kabinet een wettelijk verbod overweegt, is niet bekend.

Wat de Wvggz nu regelt over insluiten

De Wet verplichte ggz verbiedt insluiten niet, maar maakt het een vorm van verplichte zorg met strenge voorwaarden. Artikel 3:2 noemt de vormen van verplichte zorg. Insluiten staat daar als aparte vorm, naast onder meer het beperken van de bewegingsvrijheid, het toedienen van medicatie en het uitoefenen van toezicht.

Het uitgangspunt staat in artikel 2:1. Zorgaanbieders moeten voldoende mogelijkheden bieden voor vrijwillige zorg, en verplichte zorg kan alleen als uiterste middel worden overwogen als er geen vrijwillige mogelijkheden meer zijn. Artikel 3:3 werkt dat uit in vier voorwaarden. Er mogen geen mogelijkheden voor vrijwillige zorg zijn, er mag geen minder bezwarend alternatief met hetzelfde effect bestaan, de verplichte zorg moet in verhouding staan tot het doel en het moet redelijkerwijs te verwachten zijn dat ze effectief is. Bij elke stap moeten proportionaliteit, subsidiariteit, effectiviteit en veiligheid worden beoordeeld, en ook de mogelijk nadelige effecten op de lange termijn.

Insluiten kan dus alleen op basis van een crisismaatregel, een machtiging tot voortzetting daarvan of een zorgmachtiging, of tijdelijk in de situaties die de wet daarvoor noemt, zoals een noodsituatie. Een algemene uitleg van de wet vind je in ons artikel wat regelt de Wet verplichte ggz.

Wie beslist en wat er op papier moet

De beslissing om verplichte zorg toe te passen ligt bij de zorgverantwoordelijke, niet bij de verpleegkundige op de afdeling. Volgens artikel 8:9 neemt de zorgverantwoordelijke die beslissing pas nadat hij zich op de hoogte heeft gesteld van de actuele gezondheidstoestand van de patiënt en met de patiënt heeft overlegd. Is hij geen psychiater, dan moet hij overeenstemming bereiken met de geneesheer-directeur. De beslissing wordt schriftelijk vastgelegd en gemotiveerd. De patiënt, de vertegenwoordiger en de advocaat krijgen een afschrift, met de mededeling dat ze er een klacht over kunnen indienen en hulp kunnen krijgen van de patiëntenvertrouwenspersoon.

Voorziet de machtiging niet in insluiten, dan kan de zorgverantwoordelijke bij verzet van de patiënt toch besluiten tot tijdelijke verplichte zorg als dat nodig is om een noodsituatie af te wenden (artikel 8:11). Die tijdelijke verplichte zorg duurt volgens artikel 8:12 maximaal drie dagen. De geneesheer-directeur moet direct worden geïnformeerd, en voor verlenging is een aanvraag via de officier van justitie nodig, waarna de rechter beslist. Ook dit besluit moet op schrift en gemotiveerd, met het moment waarop opnieuw wordt beoordeeld of de maatregel nog nodig is (artikel 8:13).

De zorgaanbieder moet daarnaast gegevens over elke vorm van verplichte zorg digitaal bijhouden, waaronder de vorm, de noodzaak, de begin- en einddatum en de duur en frequentie (artikel 8:24). Ten minste eens per zes maanden gaat daarvan een overzicht naar de inspectie. Uit die registraties komen de cijfers van de IGJ.

Wat de cijfers van de inspectie laten zien

Volgens het nieuwsbericht van de IGJ van 1 oktober 2026 kregen in 2025 in de ggz 13.700 geregistreerde cliënten te maken met dwang of vrijheidsbeperking, 5 procent meer dan vergelijkbare cijfers over 2024. Op de trendpagina voor de ggz staat dat het aantal registraties van insluiten tussen 2024 en 2025 nauwelijks veranderde, van 11.911 naar 12.111. Het separeerverblijf is nog steeds de meest voorkomende vorm van insluiten, maar het aantal registraties daarvan daalde in 2025 van 3.584 naar 3.245. Insluiten in een extra beveiligde kamer nam wel toe.

De inspectie zet er zelf een slag om de arm bij. Ze keek alleen naar aanbieders die drie jaar lang cijfers aanleverden, en zorgprofessionals vertelden de IGJ dat instellingen verschillend registreren. Een kamerprogramma zonder afgesloten deur telt bij de ene instelling als verplichte zorg en bij de andere niet. Ook noemden zij verouderde gebouwen, instabiele teams en hoge werkdruk als factoren die tot een gevoel van onveiligheid leiden, waardoor sneller tot insluiting wordt overgegaan. Over de cijfers in de ouderenzorg en gehandicaptenzorg schreven we eerder in ons stuk over gedwongen zorg onder de Wzd.

Wat er in de wet kan veranderen

Los van de oproep van MIND ligt er al een wetsvoorstel klaar om de Wvggz en de Wet zorg en dwang aan te passen, de Evaluatiewet Wvggz en Wzd. Volgens het maatregelenoverzicht van VWS bij de werkagenda’s van de Regiegroep Aanpak Regeldruk moet dat voorstel de rechtsbescherming van patiënten centraal zetten en de wetten beter uitvoerbaar maken. Het voorstel was in het voorjaar van 2025 in internetconsultatie, en de verwachting was dat het in 2026 voor advies naar de Raad van State zou gaan. Een verbod op insluiten zit daar, voor zover uit dat overzicht blijkt, niet in.

Voor nu blijft de Wvggz zoals hij is. Wie in de ggz werkt, doet er goed aan om bij elke insluiting na te gaan of die echt het uiterste middel is, of de beslissing van de zorgverantwoordelijke op papier staat en of de registratie klopt. Twijfel je of een situatie als verplichte zorg telt, bespreek dat dan met de zorgverantwoordelijke of de geneesheer-directeur van je instelling.

Sanne Willems
kwaliteitsverpleegkundige
Sanne Willems

Sanne vertaalt regels naar de werkvloer: protocollen, scholingsplannen en bekwaamheid aantoonbaar maken. Ze houdt het praktisch en denkt vanuit wat een team op een gewone dienstdag echt kan bijhouden.

sanne@relias.nl · Meer van Sanne Willems →