De griepprik komt dit jaar voor een deel van de mensen later dan gepland. Door leveringsproblemen kunnen sommige patiënten pas in december op afspraak komen, meldt EenVandaag. Ook het AD schrijft over de griepprik, vooral over de vele mensen die hem laten liggen. Het Parool zoomt in op chronisch zieken die de prik overslaan. Voor praktijken en instellingen betekent een verschoven ronde vooral dat er in korte tijd veel geprikt moet worden. En dan komt een vraag op tafel die in de drukte makkelijk wordt overgeslagen. Wie mag die prik eigenlijk zetten?
Volgens het RIVM krijgen in oktober en november zo’n zes miljoen mensen een uitnodiging, van hun huisarts of van de instellingsarts. Wie in een verpleeghuis, gehandicaptenzorg of huisartsenpraktijk werkt, heeft dus grote kans dat er dit najaar een extra prikmoment wordt ingepland, met collega’s die normaal minder vaak injecteren. Juist dan loont het om de regels nog eens op een rij te hebben.
Injecteren is een voorbehouden handeling
Een injectie geven staat in de Wet BIG op de lijst van voorbehouden handelingen. In artikel 36, vijfde lid staat wie daar zelfstandig toe bevoegd is. Dat zijn de artsen, de tandartsen, de verloskundigen, de physician assistants, de klinisch technologen en een aantal bij regeling aangewezen verpleegkundigen met een erkend specialisme, zoals de verpleegkundig specialist. Voor de tandarts, de verloskundige, de physician assistant en de klinisch technoloog geldt die bevoegdheid alleen voor zover het binnen hun eigen deskundigheidsgebied valt.
Bij de griepvaccinatie is de huisarts of de instellingsarts in de praktijk degene die de bevoegdheid heeft en die de prikronde organiseert. De arts hoeft niet elke prik zelf te zetten. Bijna altijd gebeurt dat door doktersassistenten, praktijkondersteuners, verpleegkundigen of verzorgenden IG, en dat mag, mits het via een geldige opdracht gaat.
Prikken in opdracht, en wat daarvoor nodig is
Wie niet zelf bevoegd is, mag een voorbehouden handeling alleen uitvoeren in opdracht van iemand die dat wel is. Artikel 35 van de Wet BIG noemt daar drie voorwaarden voor. Er is een opdracht van een bevoegde zorgverlener, jij mag redelijkerwijs aannemen dat je bekwaam bent om de handeling goed uit te voeren, en je volgt de aanwijzingen van de opdrachtgever als die zijn gegeven.
De opdrachtgever heeft volgens artikel 38 ook verplichtingen. Waar dat redelijkerwijs nodig is, geeft hij aanwijzingen en zorgt hij dat toezicht en de mogelijkheid tot tussenkomst goed geregeld zijn. Hij geeft de opdracht bovendien alleen aan iemand van wie hij mag aannemen dat die bekwaam is. Het is dus geen kwestie van een lijst met namen ophangen en de deur dichtdoen.
Voor verpleegkundigen ligt het iets ruimer. Zij zijn voor injecties functioneel zelfstandig. Dat betekent dat ze nog steeds een opdracht van een arts nodig hebben, maar dat de arts niet hoeft te zorgen voor toezicht of tussenkomst tijdens het prikken. Voor doktersassistenten en verzorgenden IG geldt die uitzondering niet. Daar moet de opdrachtgever dus bereikbaar zijn als er iets misgaat. Op deze site lees je meer over injecteren door een doktersassistent in de huisartsenpraktijk.
Bekwaam is iets anders dan bevoegd
Een opdracht maakt je bevoegd, maar niet automatisch bekwaam. Dat oordeel ligt bij jezelf. Een intramusculaire injectie in de bovenarm is voor de meeste zorgverleners routine, maar wie het al jaren niet meer heeft gedaan, mag best zeggen dat het niet vertrouwd voelt. Je kunt een voorbehouden handeling weigeren als je je niet bekwaam voelt, en dat hoort een werkgever serieus te nemen. Hoe dat werkt, staat in ons stuk over een voorbehouden handeling weigeren.
Wij zien het liefst dat instellingen een verschoven griepronde gebruiken om de bekwaamheid even op te frissen in plaats van over te slaan. Een korte herhaling van de techniek, de prikplaats en de handelwijze bij een allergische reactie kost een half uur en voorkomt veel onzekerheid op de prikdag zelf. De stappen staan nog eens op een rij in onze uitleg over intramusculair injecteren.
Wat je op een prikdag geregeld wilt hebben
Een goed georganiseerde prikronde herken je aan een paar dingen die zwart op wit staan. Let in jouw praktijk of instelling vooral op het volgende.
- Een schriftelijke opdracht of werkinstructie van de arts, waarin staat wie mag vaccineren en onder welke voorwaarden.
- Een actueel overzicht van wie bekwaam is verklaard voor intramusculair of subcutaan injecteren.
- Duidelijke afspraken over het controleren van de patiënt, de vaccinlevering en het bijhouden van de registratie.
- Een protocol voor een allergische reactie, met de benodigde middelen binnen handbereik en een arts die bereikbaar is.
- Duidelijkheid over stagiairs. Studenten mogen alleen prikken onder de voorwaarden die gelden voor injecteren tijdens je stage.
Ontbreekt een van die punten, dan is het verstandig om dat vooraf aan te kaarten bij je leidinggevende of bij de arts die de opdracht geeft. Wie zonder geldige opdracht prikt, handelt in strijd met de Wet BIG, en dat is een risico voor de patiënt en voor jezelf.
En de griepprik voor collega’s?
Veel zorgorganisaties bieden hun eigen medewerkers ook een griepprik aan, vaak via de bedrijfsarts of een arbodienst. Daar gelden precies dezelfde regels. De bedrijfsarts is dan de opdrachtgever, en de collega die prikt moet bekwaam zijn en een opdracht hebben. Of je die prik zelf neemt, is overigens een vrije keuze. Wat je werkgever mag aanbieden en wat niet verplicht is, lees je in ons eerdere stuk over de griepprik voor zorgmedewerkers.
Een ronde die later begint, is geen reden om de opdrachtregels losser te nemen. Eerder het omgekeerde. Hoe groter de druk om in een paar dagen veel mensen te prikken, hoe belangrijker het is dat iedereen weet wie de opdracht geeft, wie bekwaam is en wie je belt als het misgaat.

