De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd heeft op 26 oktober 2026 een aanwijzing gegeven aan Erve Tankink in Ambt Delden. De organisatie biedt dagbesteding aan mensen met een verstandelijke beperking en een complexe zorgvraag. Volgens de inspectie voldoet de zorg niet aan de normen voor goede en veilige zorg en zijn er ernstige tekortkomingen. Erve Tankink moet die uiterlijk op 9 maart 2027 hebben weggenomen. Anders dan bij aanwijzingen waarbij een aanbieder cliënten moet overdragen, gaat de zorg hier gewoon door. Juist dan komt het verbeterwerk de komende maanden op de werkvloer terecht. Wat dat van medewerkers vraagt, volgt vrij precies uit wat de inspectie vond.
Wat de inspectie bij Erve Tankink vaststelde
De inspectie deed van 21 oktober 2025 tot en met juli 2026 onderzoek, als vervolg op een bezoek in juni 2024. Ze noemt vier tekortkomingen in de zorg zelf. Cliënten met complexe zorgvragen krijgen zorg van zorgverleners die niet over de juiste kennis en vaardigheden beschikken. De risico’s van deze cliënten zijn onvoldoende in beeld. Er is geen systeem waarmee de prestaties en resultaten van de zorg continu worden verbeterd. En het medicatieproces is niet op orde.
Daarnaast gaat het oordeel over het bestuur. Volgens de inspectie hebben de bestuurders niet alle verbeteropdrachten na het bezoek van 2024 uitgevoerd, stelden ze zich onvoldoende transparant en toetsbaar op en toonde de organisatie te weinig inzicht, urgentiebesef en lerend vermogen. De inspectie zag nu zelfs meer tekortkomingen dan in 2024. Dat is de reden voor de zwaardere maatregel. Hoe een aanwijzing zich verhoudt tot verscherpt toezicht, een bevel of een last onder dwangsom, staat in ons overzicht van IGJ-maatregelen.
Wat elke bevinding betekent voor je werk
Een aanwijzing richt zich op de zorgaanbieder. Je eigen diploma of BIG-registratie staat er niet door ter discussie. Maar de vier bevindingen gaan alle vier over zaken die medewerkers dagelijks raken, en de normen erachter staan in de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz).
Kennis en vaardigheden. Artikel 3 van de Wkkgz verplicht de aanbieder om zich kwalitatief en kwantitatief zo van personeel te bedienen dat dat redelijkerwijs tot goede zorg leidt. Als de inspectie vaststelt dat medewerkers niet de juiste kennis en vaardigheden hebben voor de cliënten die ze begeleiden, ligt dat in de eerste plaats bij de organisatie. Verwacht scholing, toetsing van vaardigheden en mogelijk andere afspraken over welke cliënten welke begeleiding krijgen. Voor jezelf geldt dat je zorg die je niet beheerst niet hoeft te verlenen, zeker als het om voorbehouden handelingen gaat. Hoe je daarmee omgaat, lees je in ons stuk over weigeren als je niet bekwaam bent.
Risico’s in beeld. Bij cliënten met een complexe zorgvraag gaat het vaak om risico’s als vallen, verslikken, epilepsie of gedrag dat escaleert. Dat de risico’s onvoldoende in beeld zijn, betekent in de praktijk dat ze niet goed zijn vastgelegd of niet bij de mensen op de groep bekend zijn. Een verbeterplan vraagt dan meestal om actuele risicobeschrijvingen per cliënt, en om medewerkers die daar in hun rapportage op letten.
Systematisch verbeteren. Artikel 7 van de Wkkgz vraagt van de aanbieder dat hij de kwaliteit van de zorg systematisch bewaakt, beheerst en verbetert. Artikel 9 vraagt een schriftelijke interne procedure voor het omgaan met signalen van incidenten. Voor jou komt dat neer op incidenten en bijna-incidenten melden, ook als het goed afliep, en op teams die die meldingen daarna echt bespreken. Zonder meldingen heeft een organisatie niets om van te leren, en dat is precies het lerend vermogen dat de inspectie mist.
Medicatie. Een medicatieproces dat niet op orde is, raakt iedereen die medicijnen klaarzet, aanreikt of toedient. Denk aan een actuele toedienlijst, aftekenen bij elke toediening en duidelijke afspraken over wie wat mag. In dagbesteding werken vaak begeleiders zonder verpleegkundige achtergrond, en dan is het extra belangrijk dat vastligt wat zij wel en niet doen. De regels daarvoor zetten we op een rij in ons artikel over wet en regelgeving bij medicatie toedienen.
Meepraten over het verbeterplan, en melden als het niet verandert
Een bepaling die bij zo’n traject vaak over het hoofd wordt gezien, staat in artikel 3, tweede lid, van de Wkkgz. Een instelling moet de zorgverleners die zorg verlenen aan haar cliënten in de gelegenheid stellen invloed uit te oefenen op het beleid voor goede zorg. Bij een organisatie waarvan de inspectie zegt dat het bestuur zich onvoldoende toetsbaar opstelt, is dat geen formaliteit. Je mag vragen wat er in het verbeterplan staat, wat het van jouw groep vraagt en hoe het wordt gevolgd. Een cliëntenraad en een ondernemingsraad hebben daarin hun eigen rol.
Zie je dat verbeteringen op papier blijven staan, begin dan waar het kan intern, bij je leidinggevende, de kwaliteitsfunctionaris of een vertrouwenspersoon. Helpt dat niet of voelt het niet veilig, dan kun je zelf bij de inspectie melden. Welke bescherming je daarbij hebt, lees je in ons stuk over misstanden melden. De inspectie komt na 9 maart 2027 toetsen of Erve Tankink aan de normen voldoet. Als dat nodig is, kan ze volgens haar eigen bericht verdere maatregelen nemen.

