Intramusculair injecteren is een voorbehouden handeling volgens de Wet BIG: je mag het alleen doen als je bevoegd en bekwaam bent, en als verpleegkundige of verzorgende IG meestal in opdracht. De handeling verloopt in vaste stappen: controleren, medicatie steriel opzuigen, de juiste spier bepalen, desinfecteren, loodrecht inbrengen, injecteren en nazorg. De ventrogluteale plek geldt vaak als voorkeurslocatie.
Intramusculair injecteren is een van de handelingen die je als verpleegkundige of verzorgende IG vaak doet, en juist daarom is het goed om zowel de techniek als de regels scherp te houden. Want hoe routineus het ook voelt, het blijft een voorbehouden handeling. Ik loop eerst de bevoegdheid langs en daarna de stappen.
Bevoegdheid: mag jij dit doen
Injecteren staat in de Wet BIG als voorbehouden handeling. Dat betekent dat niet iedereen het zomaar mag. Artsen en verpleegkundig specialisten hebben er een zelfstandige bevoegdheid voor. Verpleegkundigen en verzorgenden IG voeren het meestal uit in opdracht van een zelfstandig bevoegde. In alle gevallen geldt: je moet niet alleen bevoegd zijn, maar ook bekwaam. Heb je een tijd niet geïnjecteerd, dan hoor je je bekwaamheid eerst opnieuw aan te tonen.
Bij een gezamenlijke prikronde wil je de taakverdeling vooraf helder hebben. Welke collega’s voeren de injecties uit, wie geeft de opdracht en waar staan de afspraken voor vragen tijdens het vaccineren? De uitleg over wie de griepvaccinaties mag zetten brengt deze organisatievragen samen. Daarmee kun je de voorbereiding van een vaccinatiemoment bespreken, naast het protocol voor de injectie zelf.
Wat je vooraf klaarlegt
Goede voorbereiding scheelt de helft. Leg klaar wat je nodig hebt en controleer de medicatie op de vaste punten.
Bij de voorbereiding hoort ook de vraag wat je doet wanneer je jezelf per ongeluk prikt. Zoek vooraf op waar het prikaccidentenprotocol staat en welk aanspreekpunt bereikbaar is tijdens jouw dienst. Het artikel over hepatitis B-vaccinatie en prikaccidenten bij zorgmedewerkers bespreekt de achtergrond hiervan. Voor de beoordeling van een daadwerkelijk incident volg je de afgesproken medische route.
- Controleer de juiste patiënt, het juiste medicijn, de dosis, de tijd en de toedieningsweg.
- Zuig de medicatie steriel op en ontlucht de spuit.
- Kies de juiste naald die past bij de spier en de patiënt.
- Leg desinfectiemiddel, gaasjes en een naaldencontainer binnen handbereik.
De stappen bij het injecteren
De handeling zelf verloopt in een vaste volgorde. Werk rustig en houd contact met je patiënt.
- Bepaal de injectieplaats. De ventrogluteale plek geldt vaak als voorkeurslocatie omdat de kans op het raken van een zenuw of bloedvat er kleiner is. De bovenarm (deltoideus) wordt gebruikt voor kleinere hoeveelheden, zoals bij veel vaccinaties.
- Desinfecteer de huid en laat het desinfectiemiddel drogen.
- Trek de huid strak en breng de naald in één vlotte beweging loodrecht in.
- Injecteer de medicatie rustig, volgens het protocol van je organisatie.
- Trek de naald terug, gooi hem direct in de naaldencontainer en druk de plek zo nodig af.
Nazorg en vastleggen
Blijf na het injecteren even bij je patiënt en let op reacties. Leg de handeling vast in het dossier: wat je hebt gegeven, waar en wanneer, en of er bijzonderheden waren. Bij twijfel over een reactie schakel je degene in die de opdracht heeft gegeven. Volg altijd het protocol van je eigen organisatie, want dat kan op details afwijken van een algemene beschrijving.
Rond een vaccinatiecampagne kun je zowel uitvoerder als ontvanger van een prik zijn. Dat zijn verschillende gesprekken: bij het ene gaat het over de uitvoering voor de patiënt, bij het andere over het aanbod aan jou als medewerker. Lees daarom ook hoe de griepprik voor zorgmedewerkers wordt georganiseerd en welke vragen je aan je werkgever of bedrijfsarts kunt stellen.
Bekwaam blijven
De techniek leer je in je opleiding en op de werkvloer, maar bekwaam blijven vraagt onderhoud. Doe je het lang niet, laat je bekwaamheid dan opnieuw aftekenen voor je zelfstandig verdergaat. Twijfel je over je bevoegdheid, kijk dan naar de afspraken in je organisatie en de uitleg over voorbehouden handelingen van de Rijksoverheid en V&VN. Voor je BIG-registratie is het BIG-register het aanspreekpunt.
Veelgemaakte fouten om te vermijden
In de begeleiding zie ik telkens dezelfde valkuilen terugkomen. De eerste is haast: onder tijdsdruk sla je de dubbele controle van de medicatie over. Juist die controle voorkomt de vervelendste fouten. De tweede is de verkeerde plek kiezen omdat het zo gewend is, terwijl het protocol of de medicatie een andere locatie voorschrijft. De derde is de naald te ondiep of onder de verkeerde hoek inbrengen, waardoor de medicatie in het onderhuidse weefsel belandt in plaats van in de spier.
Neem dus de tijd voor de voorbereiding, ook als het druk is, en volg het protocol van je organisatie stap voor stap. Voelt de handeling onwennig, vraag dan een collega om mee te kijken. Dat is geen teken van onkunde, maar precies hoe je bekwaam blijft.
Injecteren is een voorbehouden handeling. De techniek kun je leren, maar de eerlijke vraag blijft: ben ik hier op dit moment bekwaam voor?
Veelgestelde vragen
Mag ik als verzorgende IG intramusculair injecteren?
Injecteren is een voorbehouden handeling. Als verzorgende IG mag je het uitvoeren in opdracht van een zelfstandig bevoegde, bijvoorbeeld een arts, en alleen als je aantoonbaar bekwaam bent. Een zelfstandige bevoegdheid heb je er niet voor.
Wat is de beste plek voor een intramusculaire injectie?
De ventrogluteale plek geldt vaak als voorkeurslocatie, omdat de kans op het raken van een zenuw of bloedvat er kleiner is. De bovenarm (deltoideus) wordt gebruikt voor kleinere hoeveelheden. Volg de plek die het protocol en de medicatie voorschrijven.
Wat doe ik als ik lang niet heb geïnjecteerd?
Dan kan je bekwaamheid zijn weggezakt, ook al ben je nog bevoegd. Voer de injectie niet zelfstandig uit tot je hem opnieuw hebt geoefend of laten aftekenen. Bespreek dit met je praktijkopleider of leidinggevende.

